de Sandra Blog

on work life balance

Archief voor woorden aan het werk

Het interview en de afhaalchinees

Een tijd geleden las ik een leuk interview met Jan Mulder. Hij vertelde dat een goede opmerking maken aan tafel in een televisieprogramma voelt als het maken van een mooi doelpunt. En die opmerking triggerde mij. Eindelijk snapte ik waarom die mannen aan tafel altijd zo doen zoals ze doen. Dat had ik niet eerder gesnapt.

Ook hoorde ik Witteman een keer iets zeggen van: “Ja, ik ben de hele avond stil geweest en heb nog niet eens één goede vraag kunnen stellen”. En toen kwam er toch een poeier van een vraag. Een andere keer zeiden hij en Pauw aan het einde van een programma tegen een vrouw, goed hoorbaar voor de licht-camera-actie: “Zie je nou, zo moeilijk was het toch niet?” Dus dan weet de hele zaal dat zij zich hebben zitten inhouden, dat ze niet gewoon slappe hap waren die avond, maar dat ze deden zoals ze deden om het vrouwtje te helpen.

Tja, je kunt als vrouw wel bij die tafel aanschuiven, maar linksom of rechtsom, gehakt wordt er dus toch van je gemaakt. Niet dat die mannen dat willen, hoor, daar zijn ze allemaal veel te aardig voor. Maar als ze dat doelpunt niet kunnen maken, dan hebben zij gewoon geen goede avond. Jij blij, zij niet blij.  

Nou weet ik natuurlijk weer niet of dat nou een mannen vs. vrouwending is of een extravert vs. introvert ding of gewoon een oefening baart kunst ding. In ieder geval weet ik dat ik, als redelijk introverte vrouw, er niet aan moet denken om aan zo’n tafel te gaan zitten. Benniegek.

Ik zou namelijk gewoon uit het doel opzij stappen. Als je een doelpunt wil maken, prima, dan stap ik gewoon toch even opzij. Maar daar zou die man ook weer niet blij mee zijn. Je wilt natuurlijk wel op je schouders geslagen worden, qua felicitaties met je fantastische doelpunt. En dat kan natuurlijk niet als Miep de Keep uit het doel is weggelopen. Dus Miep de Keep zou daar natuurlijk wel als een gek d’r best moeten doen om te redden wat toch niet te redden valt. Het die ander een beetje moeilijk maken. Bij het vooruitzicht word ik al erg onblij. Zij blij, ik weer niet blij.

Die mensen zijn bovendien allemaal zo goed in hun vak. Wat zal je je dan ook illusies maken dat je er aan zo’n tafel iets van zou bakken. 

Maar goed, we hoeven toch niet allemaal topscoorder te zijn en man? Dus, ik heb een oplossing bedacht. De meer vrouwelijke vorm van een dergelijk programma. Zeer geschikt voor de vrouwen die meer van het type afhaalchinees zijn.

Als mannelijk Pauw of Witteman of Van Nieuwkerk kriebel je je vraag op een briefje, gooit dat briefje door het luik naar andere kant, roep daar nog wat ‘ah ie o hong tjeng tjoy’ bij en smijt het luik gewoon weer dicht. Na verloop van tijd, gaat dat luik weer open. Dan heeft de vrouw aan de andere kant (zeg maar: de kok) genoeg tijd gehad om te hakken, prakken en bakken naar aanleiding van dat briefje. En daar wordt keurig dat antwoord door het luik geschoven. Netjes ingepakt in een papiertje.

Sandra Kruijt

Je bent mijn vriend

Mannenvriendschap vind ik mooi. Soms kijk ik ernaar en dan ben ik geroerd. Zitten ze samen op de bank voetbal te kijken. Zeggen niets tot weinig en soms ineens heel veel. Dan weer niets tot weinig, en dan ineens grote lach op beide gezichten. Ze lachen het helemaal met elkaar eens.

Jongensvriendschap vind ik ook mooi. Dat zie ik bij mijn zoon. Gewoon. Zonder upsmuck. Jij bent mijn vriend en zo zit de wereld in elkaar. Geen gedoe. Want gedoe is onbegrijpelijk en jongens houden niet van onbegrijpelijk en al helemaal niet van gedoe. Dat hebben jongens en mannen blijvend met elkaar gemeen.

Mijn eigen vriendschap vind ik ook mooi. Is vaak wel wat ingewikkelder. Stel ik ook op de proef, kan ik in teleurgesteld zijn, kan ik teveel of te weinig in vragen of juist te weinig of teveel in geven. Dat is bij vrouwenvriendschap wel eens het geval. Maar ondanks alles vind ik mijzelf wel een goede vriendin. Zijn ook leuke mensen met wie ik bevriend ben, dus dan is het niet moeilijk.   

Nu plaatste ik het stukje ‘Groot’ op mijn weblog. Spannend. Durf ik het wel, durf ik het niet, durf ik het wel, durf ik het niet? Net bloemblaadjes plukken. Wel, niet, wel, niet. Stel dat ik nog word geëxcommuniceerd door die of geen, ging door mijn vrouwen-ingewikkeld-hoofd.

In plaats daarvan kreeg ik een mailtje van een vriendin: “Leuk San!!! Ik word in ieder geval blij van je stukjes, zeker omdat je ook nog mijn vriend bent”.

Ik liep de hele dag naast mijn schoenen van trots. Nog nooit had ik zo’n fijn compliment gehad.

Kijk, gelijkheid kent vele vormen en ongelijkheid is vaak heel mooi. Maar dit compliment deed mij de hele dag glimmen van trots.

Sandra Kruijt

Een nieuw woord voor de Nederlandse (werk-privé balans) taal

Soms mis ik een goed woord. Een woord uit deze tijd, die in deze tijdgeest uitdrukt wat je nou eigenlijk bedoelt. Daarom wil ik dat woord maar gewoon gaan verzinnen. Ik weet niet hoe de andere woorden uit onze taal zijn verzonnen, maar ik kan mij voorstellen dat niet één iemand dat heeft zitten doen. In een brainstorm voorgezeten door de stamoudste, zal hij (of zij) ergens naar gewezen hebben en is de hele stam met mogelijke woorden en kreten gekomen. Dus, doet u mee?

We zoeken een woord om je gesteldheid aan te geven als je baaie hard hebt gewerkt. Het is heel druk geweest, jij bent heel druk geweest en je voelt je dus niet topfit om mee te gaan naar dat feestje. Eerlijk gezegd, moet je er niet aan denken dat je op dat feestje staat. Je partner gaat wel en zegt daar, op alle aardige vragen van je lieve vrienden waar je bent: “hij/zij is ziek”.

Rinkelt de volgende dag je telefoon met je hele aardige vrienden. Of je je al wat beter voelt. Ben je nog steeds ziek? Maar je was helemaal niet ziek. Je was …. Nou, dat woord zoeken we dus. 

Het is een woord dat kracht moet uitstralen. ‘Oververmoeid’ klinkt zo, niet fijn. Zo watjes-achtig. Je hebt immers heel hard gewerkt, hebt heel veel bereikt en op het werk lopen ze met je weg, want iedereen weet hoe succesvol je deze week was. Maar, eerlijk, je hebt net even de hele week op je tenen gelopen om te bereiken wat je wilde bereiken.

Voorop staat, dat je het wel bereikt hebt! Dus het woord moet ook succes uitstralen. Mensen moeten naar elkaar kunnen knikken – oe en aa en wat goed – begrijpelijk dat je dan …. bent. Het is niet niets om dat alles gedaan te hebben. En je partner moet ook nog trots op je zijn als hij/zij het over je zegt. Dus je bent het tegendeel van een oververmoeid watje dat op de bank ligt. 

Je was dus helemaal niet ziek dat je niet meeging naar dat feestje. Maar het kon er gewoon niet meer bij. Je wilde het er niet meer bij. En op een of andere manier is het nog niet geaccepteerd dat je tegen je vrienden voor hun verjaarsdagfeestje zegt: “Ik was moe” of “Ik ben er niet bij, want ik ben moe”. Als je dat zegt, kun je net zo goed een . punt achter vriendschap zetten. Je hebt het als het ware net zelf ‘uit’ gemaakt. Zo voelt het in ieder geval. Dus dan ga je nog liever min of meer ‘jokkebrokken’: ik ben ziek. Lariekoekziek ben je. Feestjesziek.

Daar zoeken we een woord voor. Als we dat gevonden hebben, kriebelen we het allemaal met pen op de juiste plaats in de Dikke Van Dale. Want, om nou dat hele woordenboek opnieuw te drukken voor dat ene woord. Nog een laatste verzoek, graag een woord waar je met scrabble een hoop punten mee kunt verdienen (voor als ik ooit weer tijd heb om een potje scrabble te spelen). 

Ik zou iets zeggen in de trant van ‘lobbig’. Klinkt wel lollig. Je bent nog net niet helemaal stijfgeslagen (zoals lobbige slagroom nog net geen stijfgeslagen room is), of te hard geklopte room (boter) of erger: zure room. Je voelt je gewoon ‘lobbig’.

Het is ook niet zomaar iedereen die ‘lobbig’ kan zijn.  Daarvoor moet je wel wat in je mars hebben en wat hebben neergezet de laatste tijd. Succesvol, daadkrachtig geweest, veel bereikt, maar nu even niet.

“Ja”, zeg je dan trots, “ik heb zoveel gedaan en bereikt en er is zoveel gebeurd dat ik even ‘lobbig’ ben”. Het is even mijn beurt. Daarom ga ik niet mee naar dat feestje. En misschien vraag ik mijn partner wel voordat hij/zij naar dat feestje gaat om mij in te bakeren, net als ze met baby’s doen als die helemaal geklutst zijn van alle prikkels.

Dan zeg je: “Ik wens jou een leuk feestje. Leg mij ff ingebakerd in het donker”. See me (!) als ik weer wakker wordt. Dan spring ik door het huis. Een en al vrolijkheid en meligheid. Het tegengestelde van lobbig. 

Het is maar een voorstel. Hebt u een mooi woord?

mailto: sandra.kruijt@priorities.nl of twitter: @sandrakruijt of plaats het als reactie op deze weblog.

Work hard. Live balance.

Sandra Kruijt

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 642 other followers