de Sandra Blog

on work life balance

Archief voor What women want

Marokkaanse bruiloft

Tjonge, 1001 prinsessen zomaar weggelopen uit Sprookjes uit 1001 nacht. Ik wist niet wat ik zag. Mijn prachtige jurkje waar ik thuis voor de spiegel blij mee was geweest en dat al menig ‘westers’  feest had doorstaan, verbleekte.

Heel soms heb je het nog, dat je ergens binnenstapt en dat je even overdonderd bent. ‘Wow’ en dan sta je stil en knippert met je ogen. Ik had het op die drempel, net voorbij de deur. Het was alsof ik in een ander land terecht was gekomen. Sprookjesland.

Ik woon gewoon in het verkeerde land. Nu wist ik het weer zeker. Daar op die Marokkaanse bruiloft kreeg ik weer dat gevoel : Sandra Kruijt gaat verhuizen. Ik pak mijn bezittingen op, pak mijn koffertje en stap op het vliegtuig naar het land waar vrouwen dit soort prachtige gewaden, kleuren, bijpassende juwelen in hun haar, dragen en met zijn allen een feest maken tot in vroege of late uurtjes waar vroege en late vogels nog een puntje aan kunnen zuigen. Zonder mijn kids ga ik natuurlijk niet. Daar moet ik nog iets op verzinnen. De andere vrouwen in mijn familie zullen wel volgen als ik ze vertel van al dat vrouwelijk pracht en praal. Hopelijk zijn de mannen met dit vooruitzicht ook te lijmen. Dan stappen we met zijn allen op dat vliegtuig en vliegen naar het land van de sprookjes uit 1001 nacht. Daar gaan wij wonen.

Het was een ongelofelijk trouwfeest. Net als u heb ik er nogal wat meegemaakt, in allerlei soorten en maten, maar deze was bijzonder. Een hele zaal vol prachtige gedekte tafels, een podium vol met pracht en praal, een enorme troon voor het bruidspaar, in goud en zilver, en een gouden draagkoetsje waar de bruid later op de avond in rondgedragen werd door vier sterke mannen (de enige mannen naast de bruidegom die de zaal in kwamen die avond).

Vier types vrouwen vierden feest. De jonkies, de meisjes die de mooie vrouwen nadeden bij het dansen. Mijn dochter was er zo een en ik was ontzettend trots op haar. Dan de mooie prinsessen, zomaar weggevlogen uit de sprookjes van 1001 nacht. In gewaden in allerlei kleuren. Jurken, overjurken, kaftans, djelleba’s, versierde ceintuurs, sieraden, bestikte broeken, fladderende mouwen, opgestoken haren met glittertjes erin. Bijna te mooi om waar te zijn.

Met mijn dochtertje deed ik de mooiste jurk verkiezing van de avond. Onze conclusie was, zoals we die wel vaker formuleren: ik WIL niet zo’n jurk, ik MOET zo’n jurk. En die ook en die ook en die ook.

Oh ja, de categorieën vrouwen. Ik laat me weer door die prachtige jurken afleiden.

Dan hadden we de westerse variant van deze prinsessen. Mooie, zelfbewuste, Marokkaanse vrouwen die in hun aller charmantste westerse kleding en hakken stonden te dansen. Ook leuk om die te zien.

Dan de oudere vrouwen. Vrouwen op leeftijd kunnen heel mooi zijn. De mooie oudere vrouw is prachtig om naar te kijken. Helemaal samen met de feestvierende prinsessen. De oudere vrouwen hebben hun pracht aan de volgende generatie doorgegeven en kijken daar trots en blij naar. Die vrouwen zijn het mooist om naar te kijken. Je kijkt naar levenswijsheid in persoon.

Het mooie is dat je bij een eerste keer, dit keer de Marokkaanse bruiloft, niet weet welke mores je allemaal overtreedt. Dat heb je zo bij de eerste keer. Dan doe je maar wat. Ga je per ongeluk aan de hoofdtafel zitten, sta je per ongeluk tussen de belangrijkste familieleden op de foto, sta je aan de verkeerde kant als de bruid binnenkomt? Je hebt het zelf niet door dus geen feest dat zich laat bederven.

Oh ja, we hadden nog een vijfde categorie: degenen die het feest regelen. De vrouwelijke d.j., de vrouwelijke filmer / fotograaf. Dit hele feest was door vrouwen geregeld. Ik heb geen man aan de knoppen of kabels of tafels zien zitten. Geen man om mee te dansen en toch heb ik gedanst tot ik neerviel. En dan die Marokkaanse ceremoniemeester, vrouw, almachtig. Het liefste zou ik haar een keer interviewen en er pas daarna over schrijven. Al die vaste protocollen. Misschien kun je er zelfs een boek over schrijven.

En … dan hebben we het bruidspaar en de prachtige bruid en alles wat er gebeurt als zij binnen komen. Kijk, het bruidspaar, ze kwamen 4 keer binnen, in volledig ander ornaat iedere keer. Maar daar moet ik nog de goede woorden voor vinden om dat te kunnen beschrijven.

Sandra Kruijt

schilderij: “Blooming Feet” –  Angélique Neutel schilderij acryl op linnen 80 x 120 cm

Het interview en de afhaalchinees

Een tijd geleden las ik een leuk interview met Jan Mulder. Hij vertelde dat een goede opmerking maken aan tafel in een televisieprogramma voelt als het maken van een mooi doelpunt. En die opmerking triggerde mij. Eindelijk snapte ik waarom die mannen aan tafel altijd zo doen zoals ze doen. Dat had ik niet eerder gesnapt.

Ook hoorde ik Witteman een keer iets zeggen van: “Ja, ik ben de hele avond stil geweest en heb nog niet eens één goede vraag kunnen stellen”. En toen kwam er toch een poeier van een vraag. Een andere keer zeiden hij en Pauw aan het einde van een programma tegen een vrouw, goed hoorbaar voor de licht-camera-actie: “Zie je nou, zo moeilijk was het toch niet?” Dus dan weet de hele zaal dat zij zich hebben zitten inhouden, dat ze niet gewoon slappe hap waren die avond, maar dat ze deden zoals ze deden om het vrouwtje te helpen.

Tja, je kunt als vrouw wel bij die tafel aanschuiven, maar linksom of rechtsom, gehakt wordt er dus toch van je gemaakt. Niet dat die mannen dat willen, hoor, daar zijn ze allemaal veel te aardig voor. Maar als ze dat doelpunt niet kunnen maken, dan hebben zij gewoon geen goede avond. Jij blij, zij niet blij.  

Nou weet ik natuurlijk weer niet of dat nou een mannen vs. vrouwending is of een extravert vs. introvert ding of gewoon een oefening baart kunst ding. In ieder geval weet ik dat ik, als redelijk introverte vrouw, er niet aan moet denken om aan zo’n tafel te gaan zitten. Benniegek.

Ik zou namelijk gewoon uit het doel opzij stappen. Als je een doelpunt wil maken, prima, dan stap ik gewoon toch even opzij. Maar daar zou die man ook weer niet blij mee zijn. Je wilt natuurlijk wel op je schouders geslagen worden, qua felicitaties met je fantastische doelpunt. En dat kan natuurlijk niet als Miep de Keep uit het doel is weggelopen. Dus Miep de Keep zou daar natuurlijk wel als een gek d’r best moeten doen om te redden wat toch niet te redden valt. Het die ander een beetje moeilijk maken. Bij het vooruitzicht word ik al erg onblij. Zij blij, ik weer niet blij.

Die mensen zijn bovendien allemaal zo goed in hun vak. Wat zal je je dan ook illusies maken dat je er aan zo’n tafel iets van zou bakken. 

Maar goed, we hoeven toch niet allemaal topscoorder te zijn en man? Dus, ik heb een oplossing bedacht. De meer vrouwelijke vorm van een dergelijk programma. Zeer geschikt voor de vrouwen die meer van het type afhaalchinees zijn.

Als mannelijk Pauw of Witteman of Van Nieuwkerk kriebel je je vraag op een briefje, gooit dat briefje door het luik naar andere kant, roep daar nog wat ‘ah ie o hong tjeng tjoy’ bij en smijt het luik gewoon weer dicht. Na verloop van tijd, gaat dat luik weer open. Dan heeft de vrouw aan de andere kant (zeg maar: de kok) genoeg tijd gehad om te hakken, prakken en bakken naar aanleiding van dat briefje. En daar wordt keurig dat antwoord door het luik geschoven. Netjes ingepakt in een papiertje.

Sandra Kruijt

‘Iedere man die over de A4 rijdt, doet het’

… dat dacht ik dus terwijl ik op de A4 langs een leevensgroot bord, bijna net zo groot als een vliegtuig, reed. Op dat bord een paar mooie vrouwenbenen en zwarte stiletto’s. Stond nog iets roods bij, maar ik weet niet meer wat. Zullen de teennagels wel geweest zijn. Need I say more? En de makkelijke tekst zoveel nullen, zoveel negens, 1-2 -3. Het woord BEL stond er bij, maar was eigenlijk overbodig. Daar had de drukker inkt op kunnen besparen in deze tijden van crisis.

Daar had ik dus de p. over in en ik reed verder met beide handen aan het stuur en een boos gezicht. Gelukkig had ik mijn zonnebril op, dus niemand zag mijn zwarte pest.

Tja, u kent mij al, dus het is geen verrassing: ik wil ook zo’n bord. Niet om dan te gaan bellen of zo, maar ik vind het gewoon flauw dat zij wel zo’n bord hebben en wij, van de vrouwenkant, niet.

Gelukkig zag ik ook een ander bord. Er stond: Geert wil naakt. Ok. Was dit mijn bord? Nou daar hoefde ik niet heel lang over na te denken. Dit vond ik geen goed bord. Want, ja, om naar Geert naakt te kijken? Ik kan de vraag wel bedenken, maar ben niet heel benieuwd of hij daar beneden ook van die strak achterovergekamde blonde haren heeft. Dat was niet mijn bord.  

Kort daarop kwam ik het bord tegen: Femke wilde ook naakt. Dus waren het gewoon weer nepborden geweest. Niets voor de vrouw die ook een bord wil.

Maar goed, mijn gedachten gingen weer terug naar dat eerste bord. Alle mannen die langs de A4 rijden, doen het natuurlijk. Die mevrouw van dat bord opbellen. Het bord is zo groot, dat het volkomen logisch en gewoon lijkt om dan even te bellen.

Ze denken er natuurlijk niet bij na hoe het nou komt dat het bord zo groot is. Ik wel: dat komt natuurlijk door de bijziende of verziende – hoe zit het ook alweer, in ieder geval niet helderziende – ambtenaar van de gemeente. Hij wilde natuurlijk wel toestemming wilde verlenen voor zo’n bord met zo’n tekst, maar dan moest hij het ook makkelijk kunnen lezen. Dus groot en anders niet. Anders weigerde hij zijn handtekening gewoon te zetten. Punt uit.

Zo had natuurlijk deze ambtenaar van de gemeente Leiden of Leiderdorp of waar bord ook moge staan klare taal gesproken. Misschien was het niet eens één ambtenaar geweest die over zo’n belangrijk bord gaan, maar  zelfs een commissie van ambtenaren uit verschillende gemeenten, als het om een grensoverschrijdend bord ging of nog belangrijker: de burgemeester in persoon. Het belang van het bord kon zelfs zo ver gaan dat het een provinciale aangelegenheid was en dan kwam de commissaris van de koningin eraan te pas om die handtekening voor toestemming te verlenen. De minister van sex kan het niet geweest zijn, want die bestaat niet. Dus hoger dan de commissaris van de koningin zal het niet geweest zijn, zo bedacht ik mij en de zwarte p. was al wat naar de achterkant verdreven met dit hoogwaardig gedachtenspel. 

Maar in ieder geval: wie die handtekening ook gezet heeft, het bord werd dus bijna zo lang als de A4 zelf. Gelukkig ook weer niet zo lang dat je een uur gereden had voor je het hele telefoonnummer had gelezen. Dan zat je natuurlijk al weer op je zakelijke afspraak en had je niet eens meer tijd om te bellen naar die mevrouw met haar mooie beentjes en haar rode teentjes.

Ok. U weet het al, ik wil ook zo’n bord. Nog even een onderlinge afspraak voor ik vervolg: ik vraag u niet of u de A4-mevrouw heeft gebeld. Uit discretie, ieder zijn eigen beslissingen. Dus vraagt u ook niet aan mij of ik de toekomstige A4-man van het bord met zijn mooie benen en – bij voorkeur – zonder rode tenen heb gebeld? Wij spreken gewoon af, het is voor u en mij een vraag en voor de ander een weet.

En dan nu de hamvraag: waarom wil ik nou ook zo’n bord? U denkt natuurlijk dat vrouwen toch niet zouden bellen. Want dat is het antwoord dat mannen (graag) namens vrouwen geven. Ik zou zeggen voor uw gemoedsrust en uw nachtrust: slaap lekker, straks komt Klaas Vaak nog even om wat zand in je ogen te strooien. Sweet dreams.

Nou, ik wil het bord om alle mannen kennis te laten maken met dat onrustige gevoel. Dat knagende gevoel dat opkruipt als je het bord ziet: zou mijn partner gebeld hebben? Of belt iedere man gewoon ieder A4-momentje? Wat vind ik daarvan? Is dat gewoon? Ben ik raar? Of vind iedereen dit gewoon en ben ik de enige die raar is? Ben ik een goede partner? Wat is een goede partner?

Het zou niet eens slecht zijn als iedere man zich die vragen met enige regelmaat stelde. De A4 is een mooie lange rechte weg voor zo’n bezinningsmomentje. Nu het bijpassende bord nog. Hopelijk zit er al een vrouw aan de top bij de gemeente of bij de provincie om die grote handtekening voor dat grote bord te zetten.

Sandra Kruijt

De koning onder de koninginnen

Nou heb ik toch wel wat stevige stukjes geplaatst over mannen en vrouwen. Begrijp me niet verkeerd: ik ben gek op de man. Ik vind ze prachtig. Prachtig gemaakt. Prachtig gebouwd. Prachtig materiaal, ruwe pit, blanke bolster of omgekeerd. Prachtig grappig. Veel grappiger dan ik ooit kan zijn. Prachtig, snedig, snel, adrem, zo vind ik mannen, in ieder geval mijn man. Daarom vandaag mijn ode aan de man.

Voor de mannen die ik blijvend afgeschrikt heb, met mijn rare praatjes: toedeloe. Voor de anderen mannen: fijn dat jullie er nog zijn. Voor de vrouwen: no worries. Ik ben gek op mannen, maar het meest op mijn eigen man. Daarom vandaag de kleine doch, oh zo, belangrijke overpeinzing: de man is de koning onder de koninginnen.

Van de man leerde ik dat er zonder humor geen bal aan is. Van de man leerde ik dat verbeten vrouwen best lelijk zijn om naar te kijken. Van de man leerde ik relativeren als ik dat vermogen even kwijt was. Ik vind zelf overigens dat ik steeds beter leer relativeren. Dus ik ben dankbaar voor die les.

Van de man leerde ik dat zij, net als wij, hun stinkende best doen om het ons en de mensen waar zij zich verantwoordelijk voor voelen gelukkig te maken. Van de man leerde ik dat zij niets liever willen dan de mensen om hen heen gelukkig zien. Van de man leerde ik dat je je soms van niemand iets aan moet trekken. Van de man leerde ik dat je jezelf voorop gelukkig moet maken.

De man is voor mij de koning onder de koninginnen. Daarom drink ik op Koninginnedag op de man! Ik hoop dat ik er niet van ga lallen. Cheers! Proost! Sante! Slaun che (slainte)!

Sandra Kruijt

Stamboom

Soms snap ik het ook wel, hoor. Ik wil ook niet aan de boardroom tafel zitten met zo’n meisje met van die staartjes aan weerszijden van haar hoofd, boven ieder oor een, die daar gaat zitten spelen met haar ingepakte tamponnetjes en lippenstiftjes.

Maar omgekeerd wil ik nou ook weer niet aan diezelfde boardroom tafel zitten met zo’n jongetje dat de hele tijd met zijn p*** zit te spelen. Piep of peep, hoe moet ik dat nou op een nette manier opschrijven? Vroeger babysitte ik op een jongetje dat de hele avond bij het tv kijken zijn stamboom zat vast te houden.  Ik moet er niet aan denken dat datzelfde jongetje nou aan die boardroom tafel zit. En maar spelen en maar vasthouden of achterna rennen die stamboom en ik maar niet weten waar ik moet kijken.

Dus ik heb het al bedacht welke vraag ik ga stellen, als ik ooit een mannelijke bobo ga werven. Mijn gezicht, daar hoef ik misschien niet al te lang op te oefenen. Gewoon de vraag stellen, zonder blikken of blozen, niet knipperen, maar recht aankijken en blijven aankijken. Die vraag, ik weet hem al. Moest er wel even over nadenken, spreekt voor zich, want hij staat niet in de sollicitatieboekjes voor dummies of gevorderden.

Ik moet er een beetje hetzelfde bij kijken als die man die mijn (vrouwelijk) jaarclubgenootje voor een bobopositie de vraag stelde: of zij dacht dat zij de baan met haar werk-privé kon combineren? Diezelfde man is natuurlijk breeduit over de tafel gegaan bij het volgende jaarclubeten, laatste vrijdag van iedere maand.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet zo’n verkeerde vraag vond. Maar dat kan een stukje work life balance beroepsdeformatie zijn waar ik aan lijd. Ik vind het inderdaad belangrijk dat die vraag gesteld wordt. Aan overspannen mooie poppetjes en poupettes thuis hebben we niets. Aan huishoudens en kindertjes die in de soep draaien omdat pa en moe het zo druk hebben, ook niet. Dus ik vind het niet zo’n rare vraag, maar de rest van mijn bobojaarclub was unaniem van oordeel dat dit wel het geval was, omdat die vraag natuurlijk nooit aan een MAN gesteld werd. Mee eens, weg mijn beroepsdeformatie. Domme vraag.

Daarna konden we de tijd nemen om de ‘domme dingen spreuk’ over deze mijnheer uit te spreken en vervolgens sluit je het kort, want ja, er valt natuurlijk ook meer te bespreken dan dat. Dan wensen wij de goede man veel gezondheid, succes en geluk – vooral blijven doen wat je doet -, maar we hopen wel dat hij de dag nadat wij de domme dingen spreuk hebben uitgesproken, herboren zal opstaan. Fris als een hoentje of een haantje, hoe heet dat ook al weer, maar met een nieuw stel hersens. Die andere waren namelijk domme dingen.

Sandra Kruijt

Groot

Mannen willen alles groot. Op jonge leeftijd pakken ze er al hun meetlat bij.

Later moet het allemaal groot en lang en meer. Grote bedrijven, veel, nog meer mensen in dienst, nog belangrijker. Zouden ze later ook de stapels personeelsdossiers opmeten? Of de getallen op de bankrekening? Zelfs als die in het rood staan, omdat ze ook nog een grote auto willen meten?

Voor mij is dat anders. Ik wil het samenhangend goed. Wilt u nu het emmertje?

Ik niet. Voor mij is het belangrijk dat ik goed werk, goed leef, goed boer, goed mens, goed moeder. Veel van goed is voor mij belangrijk.

Maar omdat ik maar een kleintje heb (mijn stapeltje personeelsdossier is verwaarloosbaar), wil dat niet zeggen dat ik maar een prutsertje ben.

Maar het duurt lang (niet in centimeters, maar in tijd) voor een man dat kan inzien.  

Sandra Kruijt

Waarom krijgen zij alle mooie woorden?

In het verleden schreef ik al over de ‘muze’. Het stukje wordt trouwens veel gelezen.

En nu wilde ik een stukje schrijven over de ‘goeroe’. Een vriend van ons is marketinggoeroe en daar had ik een mooi stukje over bedacht. In datzelfde stukje zou ook een vrouwelijke goeroe voorkomen. En toen realiseerde ik mij iets.

Boos, ontevreden gezicht, armen over elkaar, zwart rookpluimpje dat boven mijn hoofd opstijgt.  Waarom krijgen zij alle mooie woorden?

Mannen krijgen de mooie woorden en dan krijgen wij ze niet meer. Een vrouwelijke goeroe. Hoort u het wel eens?

En als het al gezegd zou worden, staan alle vrouwen in hun vuistjes te gniffelen. “Ho, ho, moet je dat nou horen. Die noemt zichzelf een goeroe of die of die wordt een goeroe genoemd. Nou ja, zeg! Zal ik jou eens wat vertellen….”. En dan komt het, hoor. Zet je schrap. Dat is het vrouwelijk venijn dat dan volgt.

Dus wij vrouwen noemen onszelf geen goeroe (maar dat zou een man van zichzelf ook niet zeggen, geloof ik. Dat is echt een woord dat anderen over jou moeten zeggen) en een andere vrouw noemen we al helemaal geen goeroe. Nee, die noemen we ervaringsdeskundige. Mag ik een emmertje?

Boos, ontevreden gezicht, korte stapjes van ergernis in mijn werkkamer, zwart donderwolkje boven mijn hoofd: ik wil ook een mooi woord!

En dat verhaal? Dat vertel ik niet meer. 

Sandra Kruijt

Wat mannen van vrouwen kunnen leren

Er zijn veel dingen die we over een weer van elkaar kunnen leren. Mannen van vrouwen. Vrouwen van mannen. Een van de dingen die mannen van vrouwen kunnen leren, is eindeloos voor de spiegel oefenen en kritisch kijken.

Het woord ‘rokjesdag’ mag dan een mannelijk bedenksel zijn, rond rokjesdag gebeurt er iets heel vrouwelijks voor de spiegel. ‘Hoe gaat het met dit rokje’, vraagt een vrouw voor de spiegel zich dan af.

‘Is dit rokje te kort of te lang of juist lang genoeg?’, ‘Van voren, van achteren?’, ‘Hoe gaat het met dit rokje als ik ga zitten?’, ‘Met wijde benen, met gekruiste benen, met kuise benen naast elkaar?’

‘Hoe zit dit rokje met ingehouden buik?’ en ‘Hoe, als ik mijn buik laat hangen?’ en ‘Hoe zit dit rokje met uitpuilende buik dan van achteren?’ en ‘Van die kant en van zover als ik het kan zien, van de andere kant?’

Ook belangrijk: ‘Hoe ziet dit rokje eruit als ik iets van de grond oppak?’, ‘Wijdbeens, met gekruiste benen, met kuise benen naast elkaar?’ of ‘Kan ik met dit rokje aan beter net doen of ik niet door heb dat ik iets laat vallen?’ Liever iemand die mij achterna komt rennen dan dat ik het oppak als ik dit rokje aan heb.

Doorstaat het rokje de test niet, dan begint de hele riedel opnieuw. ‘Hoe zit het eigenlijk met dat rokje?’ Dat gaat dat andere rokje aan en dan komen al die vragen weer voorbij. Net zolang tot de conclusie is: ‘Dit rokje is prima. Met dit andere rokje aan, kan ik zelfs iets van de grond oprapen, mocht ik bijvoorbeeld bij die zakelijke bijeenkomst een visitekaartje of snotlap of wat dan ook laten vallen.’  

Dan weet ik dat alles en komt het beslissende moment: ‘Welk rokje doe ik aan?’ Als vrouw kan ik met de vraag: ‘Hoe gaat het met mijn rokje’ dus wel een tijdje voor de spiegel doorbrengen. Ik zal niet de enige zijn.  

Terug naar het begin. Het gaat namelijk niet om mijn rokje, maar om wat mannen van vrouwen kunnen leren.

Ik stel voor dat mannen die gaan racefietsen hun wielrenbroek aan deze rokjesproef onderwerpen. Zo, dat heb je maar mooi van mij geleerd!

Maar voordat ze deze wielrenbroekproef gaan doen, moeten ze even kritisch nagaan: ‘Hoe lang heb ik deze racebroek al?’ en ‘Was ik hem iedere keer dat ik gefietst heb?’. Laat daar een mannelijk x*(y-z) wiskundige definitie op los en je hebt zo ongeveer wat ik bedoel, te pakken. Kun je misschien beter eerst met de auto (!) naar de winkel een nieuwe racefietsbroek kopen en pas daarna met je racefietsmaat afspreken.

Ik heb het (on)geluk dat we in een recreatiegebied wonen. En daar komen nu, rond rokjesdag, heel veel racefietsers voorbij. Ze hebben hun wielrenbroek weer uit de kast gehaald en daar gaan ze, ook dit jaar, weer. En ik? Ik voel mij in mijn recreatiegebiedje een gezegend mens, tot ik weer zo’n racefietser voorbij zie komen. Ik kijk namelijk recht de bilnaad in. Versleten stof, lichtdoorlatende leegte waar de bilnaad zit. Als ik interesse zou hebben, zou ik van menig man zijn bilnaad kunnen natekenen. 

Ik ben niet zo bilnaderig. Ik vind het rare dingen van mensen die ik helemaal niet ken, vaak met twee dikke overbollende bollen die aan weerszijden van het zadel rondbobbelen. Soms is de stof zo dun geworden dat de bilnaadbeharing erdoorheen prikt, althans in ieder geval in mijn beleving. En dat vind ik dus geen fijn gezicht. Aan de voorkant zit hij druk te kletsen met zijn beste vriend, leuk samen wielrennen en ze hebben weer een geweldige tijd. Aan de achterkant zit ik met de gebakken peren.  

Als ik man zou zijn, zou ik mijn rokjesproef voor de spiegel doen. Gewoon wijdbeens van achteren voor de spiegel gaan staan en je hoofd tussen je benen naar beneden laten hangen. Zie je – als je dan tussen je benen door de spiegel inkijkt – precies wat ik zie als jij op de fiets zit.

Als ik producent van wielren kleding zou zijn, zou ik die bilnaad versieren. Met zo’n gezellig strookje precies op de bilnaad gestikt. Verschillende motieven, verschillende kleuren, voor de moderne man, voor de conservatieve man, voor de man die het niets kan schelen. Of voor de vrouw die achter de man aanfietst: een bloemetjesmotief. Maar dat is misschien iets te vrouwelijk gedacht.  

Sandra Kruijt

Wat heb je mooie enkels aan!

Het was weer een mooie dag, want de Volkskrant schreef over topvrouwen. Topmannen werden in dat artikel geinterviewd en gevraagd naar hun mening over vrouwen aan de top. Er stond een mooie foto bij van veel vrouwenbenen en vrouwenschoenen.  

Eerlijk is eerlijk, het is alweer enige tijd geleden. Maar ik heb geleerd, dat er kort na zo’n heuglijk feit zoveel geschreven wordt, dat ik mijn bijdrage even niet hoef te leveren. Eerst reageren de primair reageerders. Vervolgens de secundairen. Als  het onderwerp na enkele weken nog vers in mijn geheugen ligt, is het kennelijk belangrijk genoeg en schrijf ik er, als tertiaire columnist, over.

In die rol hoef ik niets meer te zeggen over de minder belangrijke issues. Dat Zalm, de man die op dat moment net volop onder vuur lag, iets zinnigs over topvrouwen vond, ok.

Dat de aloude stokpaardjes weer tevoorschijn kwamen, tja. Al die mannen die ooit in een grijs verleden iets met Miep, Truus of Lorenza hebben meegemaakt. Ok. Hetzelfde verhaal dat jaar in jaar uit, krant in krant uit, weer wordt verteld. Over die ene mevrouw die honderd jaar geleden dit of dat heeft gezegd, gedaan of gevonden. Die ene mevrouw van dat voorvalletje waar je de rest van je leven je mening op baseert. Ik hoef me daar niet meer over op te bollen. Dat is het voordeel van laat reageren.

Ik zou u ook op een briefje kunnen geven dat datzelfde verhaal boardroom in boardroom uit, borrelpraat hier en daar, weer wordt verteld. Let op, kan je denken: “daar kommpt dat verhaal weer”! Die mevrouw die aan de advocatenverdeel-het-werktafel haar vinger niet opstak toen de uitdagende klussen voorbij kwamen. Die mevrouw heeft het grondig voor alle vrouwen verprutst, want sindsdien wordt er bij elke borrel weer verteld hoe bang vrouwen zijn voor uitdagende dossiers. Die koe uit de sloot, die eend die ooit ‘kwak’ zei, daar gahaann we weer. Je zou er bijna van rollen met je ogen. Maar dat doe ik allemaal niet.

Waar ik als tertiair columnist echt van wakker kan liggen? Dat is die foto. Die mevrouw-wat-hebt-u-mooie-enkels-aan foto. Zie je zo’n groep van allemaal vrouwelijke benen en vrouwelijke schoenen. Daar lig ik nou wakker van.

We vragen eigenlijk nooit die fotograaf om een mening. Die wordt geacht vooral onopvallend aanwezig te zijn en op de gevoelige plaat vast te leggen wat er, bij die bijeenkomst met al die benen, nou echt gebeurde. Maar die fotograaf laat als geen ander zijn mening zien, he. Daar kan geen Zalm tegenop. Hakjes en kuitjes. Dat is wat die fotograaf van vrouwen vindt.

Ook voor de fotograaf geldt: You can do better! Show me better.

Kunnen we eindelijk met z’n allen een grooote stap voorwaarts zetten? En ophouden met die enkels met vrouwenschoenen te fotograferen iedere keer dat het over vrouwen en werk gaat? Als het om een inhoudsvolle bijeenkomst gaat, mogen wij dan de hoofden zien?  

Dat hoofd kan denken en mooi zijn tegelijk. Je kunt er nog mee werken ook.

Aan de top, onder de top, over de top, op de top, bij de top. Waar je maar wilt.

Sandra Kruijt

Get real

Het was weer eens tijd voor zo’n vrolijke wasmiddel reclame. Ik kreeg er acute inspiratie van en dacht: “hoe zou een wasmiddelenreclame eruit zien die de naakte waarheid rond vieze kleren zou laten zien?”.  

 “G*dv*rhierengunter, gooi je nou weer die beker melk om? Heb ik me net door de hele stapel was heengewerkt, alles weer gestreken en dan heb jij net dat shirt aan, g*dv*rhierengunter, en dan kan het alweer in de was”.

Tegen het einde van die zin heb je zoveel lelijke woorden gezegd dat je er als vanzelf ermee ophoudt.  

Het komt door de omgevallen beker tax. Er zit namelijk een bepaald quotum aan omgevallen bekers. Als je het quotum nog niet hebt gehaald, is er geen vuiltje aan de lucht. Je sopt en poetst en dweilt en lacht bij iedere omgevallen beker, niet doorhebbende dat de omgevallen beker tax op de achtergrond zijn eigen score bijhoudt. Je stelt gerust ” is niet erg lieverd, kan gebeuren” en lacht en sopt en dweilt verder.

Ondertussen rekent en telt je eigen hoofd op de achtergrond: “weer eentje erbij. Dat komt dan op … ” … omgevallen beker tax ineens bereikt … jackpot … en dan ziet de wereld er bij de volgende omgevallen beker anders uit. De volgende die een beker omgooit, om het even wie, kan zelfs je dierbare collega op het werk zijn, krijgt de wind van voren. Stampvoeten, rood hoofd, g*dv*erhierengunter. Mooier word je er niet van.

Nee, dan doe ik op t.v. maar anders. Trek ik maar beter zo’n omo-witgewassen laken uit de kast, knoop hem als ridder om mijn schouders en loop met een brede omo-witgewassen lach mijn in de waterval spelende witgewassen zoontje tegemoet.

Da’s een schonere waarheid.

Sandra Kruijt

Oudere berichten »
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 642 other followers