de Sandra Blog
on work life balanceArchief voor werkende vrouwen
Indische dametjes
Van de Heren van de thee naar de Indische dametjes. Vandaag realiseerde ik mij ineens de stand van de emancipatie van de vrouw, toen ik terugdacht aan mijn Indische oma en haar zussen.
Laatst was ik op een Marokkaanse bruiloft en wat me, in gesprek met jonge Marokkaanse mensen altijd opvalt, is dat zij spreken over ‘de Nederlanders’. Nou weten zij niet dat ik zelf een generatie eerder ben opgegroeid in een huis waar ook werd gesproken over ‘de Nederlanders’ en ‘wij, Indische mensen’. Indische mensen waren namelijk ver voor de Marokkanen in Nederland.
Kort na de oorlog kwam mijn moeder hierheen met haar familie en zij vertelde van de kille ontvangst en de pudding met klonten erin die ze van haar Nederlandse familie kreeg. Voor mij is het altijd een vreemde gewaarwording als ik, in gesprek met een Marokkaans iemand, als ‘Nederlander’ wordt gestempeld. Dan moet ik altijd aan het verhaal van de pudding met klonten van mijn Indische moeder denken.
En zo dacht ik ineens terug aan de stand van de emancipatie in Nederland aan de hand van mijn Indische oma en oudtantes. Dat waren dametjes. Ik kan ze alleen maar als beeld voor me zien. Kaarsrecht op, fier, hoge hakken, bijpassende handtas, opgestoken haar met een speld erin. ’s Avonds werd er Wellaform in het haar gemasseerd en overdag werden de nagels zorgvuldig gemanicuurd. Met een handdoekje op tafel, vijlen, bijknippen, nagelriemen insmeren, lakken. Alles waar de Nederlandse vrouw nu voor naar een nailsalon gaat, deden zij onder gezellig geklets en gelach aan de tafel in huis.
Het lachen is, denk ik niet op papier te vatten. Beschaafd, hahahahahoe, vrolijke hilariteit, maar nooit overdreven. Mijn oma zou verstoord opkijken als ze mij zou horen lachen. Veel te hard, niet zoals een dame betaamd, zo zou zij naar mij kijken. Een blik zou voldoende zijn en ik zou het al snappen. Ik zou mijn lach inslikken of in ieder geval, als die niet meer in de slikken zou zijn, beschaafde roze blosjes krijgen en even naar de grond kijken of er al een gaatje was waar ik weg kon zakken. Alles beschaafd, klein, niet overdreven, keurig.
De stand van de Nederlandse emancipatie van de Nederlandse vrouw staat er in mijn ogen dus zo voor. We zijn allemaal wat mannelijker geworden. We hebben soms wat minder tijd voor de vrouwelijkheid. Dat manicuren sla ik tegenwoordig over. Ik oefen niet meer in patience, wat zij wel hele middagen deden, ik zit nooit (meer) aan tafel onder het manicuren en het patience spelen de hele middag te kletsen met mijn zus of vriendinnen.
Ze waren ‘classy’, hadden veel stijl. En ik hoop dat deze vrouwelijkheid niet verloren gaat onder alle mannelijke andere eigenschappen die we tegenwoordig nodig hebben om mee te mogen doen. Maar goed, je kunt niet alles hebben. En mee mogen doen en op jouw voorwaarden, is het ook niet helemaal. Daar zou mijn Indische oma mij ook weer streng voor aankijken.
Sandra Kruijt