de Sandra Blog
on work life balanceArchief voor vrouwen aan de top
Verwende prinsesjes
‘Ok, ohkee, ik zal het boek leezuh. Ik zal het boek wel weer lezen, ok, ok’, slofte zij door haar werkkamer met tegenzin.
Het boek was namelijk al afgevallen. Er lag genoeg op de leesstapel aan leuke en interessante boeken. Dit boek van Elma Drayer ‘Verwende prinsesjes’ had de checklist niet doorstaan.
Die checklist? Nou:
1. Is het een boodschap die verbindt of juist splijt. De titel had al genoeg gezegd. Geen aardige titel, een titel waar je tegenzin van krijgt. Weer een van die titels die zich richt tot vrouwen. Wat vrouwen nu weer moeten doen of niet moeten doen of anders moeten of meer moeten doen of minder moeten doen of helemaal niet meer moeten doen.
En misschien nog erger: een boodschap van een boze vrouw over wat vrouwen … nou noem het maar weer op. Helemaal geen zin in, zo’n duvelse boodschap van vrouwen tegen vrouwen. De lach die vrouwen reserveren voor de mannen in hun omgeving? Eerst maar eens dezelfde brede lach naar andere vrouwen lachen. Eerst maar eens die duim omhoog: ‘Iedereen doet het hartstikke goed’, want iedereen die ik ken, werkt zich namelijk drie slagen in de rondte.
2. Is de schrijfster een vrouw die weet waar ze het over heeft en van wie ik dus een boodschap zou aannemen? Iemand die bijvoorbeeld weet hoeveel tijd gemoeid kan zijn met zorg voor kinderen of anderen of er op zijn minst voor open staat. Voor iemand anders zorgen (kinderen, zieke ouder, zieke partner) is gewoon veel werk. En in de tijd dat je dat doet, kun je geen ander werk doen.
Van een buschauffeur verwachten wij ook niet dat hij tijdens zijn werk er nog een baan bij doet, bijvoorbeeld als onderhoudsmonteur Siemens vaatwasmachines. Zou wel handig zijn, want dan kon hij met zijn buslijn bij ons lang rijden en onze vaatwasser repareren. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat er brokken zouden komen van zo’n multitaskende buschauffeur. Waarom verwachten we dan van zoveel andere mensen, werkende ouders of hardwerkende mantelzorgers, dat ze het wel doen?
Maar goed soms moet je groter zijn dan jezelf en alle gedachten die de titel alleen al oproept terzijde schuiven en het boek gewoon gaan lezen. Waar gaat het boek eigenlijk over? Iemand die hard werkt, op vier dagen in de week en altijd op vrijdag vrij heeft. Is dat een verwend prinsesje? Of zo’n verwend prinsje?
Een vader of moeder die 3 dagen een betaalde baan heeft en daarnaast 20 uur per week werkt als ouder, verzorger? Is dat een verwend prinsesje of een verwende prinsje? Of telt daar dat 20 uur werken niet, omdat sommige mensen daar niets van snappen en denken dat je gewoon ‘vrij’ bent?
Eigenlijk ben ik wel benieuwd geworden. Waarom schrijft een vrouw met venijn over een andere vrouw? Of is het alleen mijn eigen interpretatie van die titel?
Ook ben ik wel benieuwd geworden of dit boek eraan bijdraagt dat we het eindelijk gaan hebben over waar het echt om gaat. Dat mensen met of zonder kinderen of met of zonder zorg voor anderen gewoon hard werken en dat naar eigen inzichten doen, fulltime of parttime. Dat het soms onmogelijk is om fulltime te werken en je dat dus ook niet moet willen, gewoon omdat je teveel andere taken hebt. Dat er brokken van komen als we deze taken over het hoofd zien, net doen of ze er niet zijn. De zogenaamde vergeten taken, verborgen tijdsdruk of de (wat ik noem) neuzeltaken, taken die zo onbenullig zijn dat je vergeet rekening te houden met de tijd die ze kosten. Het kan heel slecht zijn voor je gezondheid en voor je duurzame inzetbaarheid als je deze taken over het hoofd ziet en afgaat op de algemene boodschap die een titel als ‘Verwende prinsesjes’ suggereert, te weten dat iedereen fulltime moet werken.
Hoog tijd om het te gaan lezen en mijn gedachten te toetsen en te scherpen aan de inhoud van dit boek.
Sandra Kruijt
En dan nu het echte werk van Prinsesje Petronella. Van verwende prinsesjes kun je namelijk extreem vrolijk worden.
Indische dametjes
Van de Heren van de thee naar de Indische dametjes. Vandaag realiseerde ik mij ineens de stand van de emancipatie van de vrouw, toen ik terugdacht aan mijn Indische oma en haar zussen.
Laatst was ik op een Marokkaanse bruiloft en wat me, in gesprek met jonge Marokkaanse mensen altijd opvalt, is dat zij spreken over ‘de Nederlanders’. Nou weten zij niet dat ik zelf een generatie eerder ben opgegroeid in een huis waar ook werd gesproken over ‘de Nederlanders’ en ‘wij, Indische mensen’. Indische mensen waren namelijk ver voor de Marokkanen in Nederland.
Kort na de oorlog kwam mijn moeder hierheen met haar familie en zij vertelde van de kille ontvangst en de pudding met klonten erin die ze van haar Nederlandse familie kreeg. Voor mij is het altijd een vreemde gewaarwording als ik, in gesprek met een Marokkaans iemand, als ‘Nederlander’ wordt gestempeld. Dan moet ik altijd aan het verhaal van de pudding met klonten van mijn Indische moeder denken.
En zo dacht ik ineens terug aan de stand van de emancipatie in Nederland aan de hand van mijn Indische oma en oudtantes. Dat waren dametjes. Ik kan ze alleen maar als beeld voor me zien. Kaarsrecht op, fier, hoge hakken, bijpassende handtas, opgestoken haar met een speld erin. ’s Avonds werd er Wellaform in het haar gemasseerd en overdag werden de nagels zorgvuldig gemanicuurd. Met een handdoekje op tafel, vijlen, bijknippen, nagelriemen insmeren, lakken. Alles waar de Nederlandse vrouw nu voor naar een nailsalon gaat, deden zij onder gezellig geklets en gelach aan de tafel in huis.
Het lachen is, denk ik niet op papier te vatten. Beschaafd, hahahahahoe, vrolijke hilariteit, maar nooit overdreven. Mijn oma zou verstoord opkijken als ze mij zou horen lachen. Veel te hard, niet zoals een dame betaamd, zo zou zij naar mij kijken. Een blik zou voldoende zijn en ik zou het al snappen. Ik zou mijn lach inslikken of in ieder geval, als die niet meer in de slikken zou zijn, beschaafde roze blosjes krijgen en even naar de grond kijken of er al een gaatje was waar ik weg kon zakken. Alles beschaafd, klein, niet overdreven, keurig.
De stand van de Nederlandse emancipatie van de Nederlandse vrouw staat er in mijn ogen dus zo voor. We zijn allemaal wat mannelijker geworden. We hebben soms wat minder tijd voor de vrouwelijkheid. Dat manicuren sla ik tegenwoordig over. Ik oefen niet meer in patience, wat zij wel hele middagen deden, ik zit nooit (meer) aan tafel onder het manicuren en het patience spelen de hele middag te kletsen met mijn zus of vriendinnen.
Ze waren ‘classy’, hadden veel stijl. En ik hoop dat deze vrouwelijkheid niet verloren gaat onder alle mannelijke andere eigenschappen die we tegenwoordig nodig hebben om mee te mogen doen. Maar goed, je kunt niet alles hebben. En mee mogen doen en op jouw voorwaarden, is het ook niet helemaal. Daar zou mijn Indische oma mij ook weer streng voor aankijken.
Sandra Kruijt
Groot
Mannen willen alles groot. Op jonge leeftijd pakken ze er al hun meetlat bij.
Later moet het allemaal groot en lang en meer. Grote bedrijven, veel, nog meer mensen in dienst, nog belangrijker. Zouden ze later ook de stapels personeelsdossiers opmeten? Of de getallen op de bankrekening? Zelfs als die in het rood staan, omdat ze ook nog een grote auto willen meten?
Voor mij is dat anders. Ik wil het samenhangend goed. Wilt u nu het emmertje?
Ik niet. Voor mij is het belangrijk dat ik goed werk, goed leef, goed boer, goed mens, goed moeder. Veel van goed is voor mij belangrijk.
Maar omdat ik maar een kleintje heb (mijn stapeltje personeelsdossier is verwaarloosbaar), wil dat niet zeggen dat ik maar een prutsertje ben.
Maar het duurt lang (niet in centimeters, maar in tijd) voor een man dat kan inzien.
Sandra Kruijt
Motormuis en motorkapje
Kent u ook dat bepaalde gevoel dat je kunt hebben achter het stuur in de auto? Of hebben alleen vrouwen dat? Of nog erger: heb alleen ik dat?
Komt er zo’n man aangelopen richting het zebrapad. Ervaring heeft geleerd – en dat weten jij en hij – dat je tegelijkertijd bij dat zebrapad aankomt. Dan heeft hij voorrang, want jij zit in de auto.
Nou heb je als vrouw verschillende mogelijkheden. Meestal tenminste, beetje afhankelijk van hoe de man uit zijn ogen heeft gekeken, in die splitsecond dat je hem zag.
Je kunt zeer onschuldig de andere kant op kijken. Je hebt hem nooit gezien (althans dat zegt je gezicht, jij weet natuurlijk wel beter) en terwijl je de andere kant op kijkt, rijd je gewoon door. Je trekt nog even een frons, alsof je aan een wereld of een werkprobleem zit te denken. Oh, stond daar een man, heuh? You won.
Of, het kan ook zo’n man zijn waar jij in die splitsecond alle apenkracht vanaf voelt komen. Als het niet teveel en niet te weinig is, maar precies goed, geef je hem met een genereus gebaar zijn eigen voorrang. Jullie lachen allebei.
Maar stel nou, dat het teveel apenkracht is en je hebt – weer in die splitsecond - de stellige indruk gekregen, dat hij met die apenkracht wel eens jou of je collegavrouwen minder serieus neemt dan jij zou willen, in de vorm die jou voor ogen staat, dan gaat een ander scenario in werking. Het maakt je niet meer zo uit hoe je kijkt of eruit ziet, want je denkt ondertussen: “Jou lust ik rauw”. Op mijn motorkap. Niet dat je dat zou willen, maar het is dat gevoel dat ik niet anders kan omschrijven. Rauw.
En dan begint dat gevecht om wel of niet en wie dan eerst en laatst. Natuurlijk moet je het niet zo doen dat anderen slechte dingen van je kunnen denken. Want als ze het denken, gaan ze het later nog zeggen ook. Dus het wordt dat rauwe spelletje, onderhuids gespeeld om wie hier de kans krijgt en wie niet.
Met een goed gevoel rijd je door. Verliezen doe ik in dat soort situaties niet graag. Zo, ik heb weer het appeltje voor de rest van de wereld geschild.
Zou het ook zo werken binnen een bedrijf? Als een man een vrouw aan ziet komen die maar al te graag binnen het bedrijf verder wil. Allebei tegelijkertijd bij de kruising aan komen lopen. Interesting. Even kijken wie hier voorrang krijgt of neemt.
Gelukkig zijn niet alle vrouwen zoals ik? Gelukkig denken niet alle mannen als ik?
Sandra Kruijt
