de Sandra Blog

on work life balance

Archief voor topprestaties

Opmerkelijke vrouwen: deel 1

Iedereen heeft voorbeelden in zijn leven. Ik heb er ook een.

Mijn oma was allebei, opmerkelijk en een voorbeeld. Het was een gewone vrouw, die zich niet van de wijs liet brengen. Ze bracht haar vier zoons groot en zong daarbij. Ze was gaan werken bij een groot gezin toen ze 9 was. Daar deed ze als klein meisje de gezinswas van een gezin met 10+ kinderen. Dan sloeg ze eerst een gat in het ijs van het slootje waar ze die was in moest doen. In de winter natuurlijk. In de zomer was er -goes without saying- geen ijs om kapot te slaan. Dan zijn er alleen maar ijsbolletjes om aan te likken. 

Ze vertelde me eens dat ze op een gegeven moment in haar leven zo moe was geweest van al het harde werken, dat ze, toen een doodskist voorbij haar raam werd gereden en zij net als de andere mensen uit het raam naar de stoet keek, zij had gedacht: ‘ lag ik daar maar in, in die doodskist. Dan zou het lekker rustig zijn’.

Het ging haar niet om het goede of foute aan een wellicht morbide gedachte, toen ze het vertelde. Ze bedoelde alleen maar aan te geven hoe moe ze op een bepaald moment in haar leven was geweest.

Op momenten, toen de kinderen nog heel jong waren en dat ik me zo moe voelde, speelde mijn oma en dat zinnetje van haar door mijn hoofd en voelde ik me gesterkt. Generaties hard werkende mensen, vermoeide generaties die later in hun leven lopen te fluiten en te genieten van de zee en zon op het bankje op Scheveningen zijn je voorgegaan.

Sandra Kruijt

Zomaar een gewone (Uruzgan)dag

Het was zomaar een dag en ik bedacht me: ‘Hoe zou het gaan met ‘onze’ militairen die terugkomen uit Uruzgan?’ Maar goed, ik kende geen militair uit Uruzgan, dus bleef het bij een gewone gedachte op zomaar een gewone (doordeweekse burger) dag.

Het was zomaar een andere dag dat ik een documentaire zag over een oud-militair met wie het  helemaal niet goed ging. Aan de drugs geraakt, door zijn zwager uit de penarie gehaald en nu weer sportend bezig om contact met zijn familie te krijgen. Ik was onder de indruk op deze dag.

De man vertelde dat hij zwaar aan de drugs was geraakt. Hij gaf een paar voorbeelden van voorvallen waar hij tegenaan was gelopen (of waar zijn familie met hem tegenaan waren gelopen). Een keer zag hij zijn spelende kinderen achter een bal aanrennen het open veld in en hij flipte. Hij zag namelijk eenzelfde scène voor zich, waarbij spelende kinderen achter een bal aanliepen, zo het mijnenveld in, zo de lucht in. Hij ging hier in het veilige Nederland volledig over de rooie tegen zijn spelende kinderen, brulde dat ze terug moesten komen enzovoorts. Hij had een volledige herbeleving en zijn kinderen de doodschrik tijdens een doodgewoon potje voetbal. Zijn vrouw en kinderen snapten niets meer van hem. Aan de drugs dan maar, dat was makkelijker.

Het was zomaar een andere dag – hang de vlaggen uit – dat Bert Wagendorp, mijn grote held uit de Volkskrant, mijn post ‘Wat mannen van vrouwen kunnen leren’ op Twitter retweette. Het Bert Wagendorp hoogtepunt in mijn lezersstatistieken bracht mij een enorme bijvangst. Er zwom zowaar een heuse stoere militair mijn schepnetje in.

Eindelijk het vervolg op de dag waarop ik dacht: ‘Hoe zou het met onze oud-militairen van Uruzgan gaan?’. Want met die oprechte vraag begon het verhaal. De achtergrond bij die vraag is persoonlijke interesse naast beroepsmatige interesse. Als ik het heb over succes in het werk, work life balance, werkdruk, werkstress en de gevolgen daarvan, hoe zit dat dan voor hen in elkaar?  Hoe zou het nou eigenlijk echt gaan met die stoere mannen? Hoe moet het zijn om terug te zijn in NL-klein-landje waar niemand snapt wat je hebt gezien en meegemaakt?

Op een vrijdag ben ik naar een heuse afspraak met een heuse militair gereden. Hij heeft mij veel verteld in een heel open gesprek. Over hoe het is om terug te zijn, hoe het zoeken is naar de nieuwe adrenaline, omdat je aan die adrenaline gewend bent geraakt en die spanning wilt voelen. Over hoe het is om thuis te komen. Een debriefing en dan gaat het leven verder. Hoe het nazorgtraject van defensie werkt en hoe belangrijk de eerste sociale opvang in de groep is. Hoe verliezen voor militairen geen optie is. We hebben het gehad over mijn vraag of je als militair dan wel kunt aangeven dat je met posttraumatische stress kampt. We hebben het erover gehad hoe hij posttraumatische stress zag, namelijk als een blessure die chronisch is geworden. Gelukkig was hij geen PTSS’er, maar ik hoorde wel hoe sommige mensen bij terugkeer overwegen om de stekker overal uit te trekken.

We hebben het gehad over hoe je vragen van je naaste omgeving al op voorhand niet wilt beantwoorden omdat ze suggestief zijn en hoe makkelijk je de volkomen oprechte, niet-veroordelende vraag van een kind, wel beantwoordt. ‘Ben jij een moordenaar?’ ‘Nee, ik ben geen moordenaar’. Want ik zie mijzelf namelijk niet als moordenaar, ik deed mijn werk. En ik deed het heel goed. Ik ben daar namelijk goed in.

Hoe scheiding schering en inslag is onder militairen en hun vrouwen. Het is zo gewoon dat je het bijna scheiding en inslag zou kunnen noemen. Hoe het is om op gevechtsmissie te zijn, that’s reality, terwijl men in Nederland denkt dat je met een hele andere missie bezig bent. Hoe je dan later eigenlijk in een hele andere werkelijkheid terecht komt waarbij je niet over het succes in je werk kunt vertellen. Wat is succes in je werk eigenlijk als je gesprekspartner een heel romantisch of vertekend beeld van oorlog heeft en jij de werkelijkheid voor je ziet? En hoe is het in hemelsnaam dan mogelijk te praten over wat jou echt bezig houdt?

Hij heeft veel verteld en ik heb veel gezien. Hoe iemand bezig is zijn hele leven opnieuw te ijken. Alles te herijken. Een totale reset bij terugkeer.

Er speelt teveel om in een gesprek te bespreken. Dat wordt dus nog vervolgd. Ik kreeg misschien geen antwoord op al mijn vragen, maar kreeg wel de mogelijkheid om te doen wat ik me had voorgenomen. Mijn respect betuigen.

Sandra Kruijt

Meer lezen? www.nielsroelen.nl of twitter: http://twitter.com/nielsroelen

Niels Roelen is majoor in het Nederlandse leger. Hij werd diverse keren uitgezonden op missies voor de VN en de NAVO. Over de missie in Uruzgan hield hij voor defensie een weblog bij.

Niels is getrouwd met Annelies en heeft samen met haar twee kinderen; Mareine en Ties.

Niels schreef het boek Soldaat in Uruzgan (2009 Uitgeverij Carrera, Amsterdam), met een voorwoord van Arnon Grunberg.

In December zal Niels samen met Arnon Grunberg naar Transnistrië vertrekken. De insteek (van Niels) in dit project is dat de rollen van destijds in Afghanistan nu zullen worden omgedraaid en Niels zal dus embedded gaan bij Arnon zoals Arnon dat ooit in 2007 bij Niels was.

Fraaie typetjes

Ik wil graag alle lezers van De Sandra Blog bedanken. Het is inspirerend dat u leest wat ik schrijf. Dank ook voor uw reacties via het blog, via de email, via twitter of een persoonlijk woord. Laatst kreeg ik een boek van iemand te leen dat ik moest lezen en laatst kreeg ik een kabouterkaartje met daarop:  ik heb de kinderen van je kabouter (http://wp.me/pIeGp-c5) gezien. Het kaartje staat op mijn bureau. Al deze reacties houden mijn schrijverspen gaan.

Nou heb ik een paar fraaie typetjes voor u geschetst. In de pen zitten nog meer typetjes, allemaal bakstenen waar je een gebouw mee kunt bouwen. Ik zal het uitleggen. Er zijn mensen die lezen een keer een post op mijn blog en gaan verder met wat ze doen. Prima.

Maar, ik kan er niets aan doen, ik heb een strategisch plan met mijn blog :-) (zie topvrouw verkiezing van het jaar om te leren dat ik dat eigenlijk helemaal niet mag zeggen). Dus: I have a (work life balance) dream. Ik zou het om die reden leuk vinden als u een abonnement op mijn blog neemt als u dat nog niet hebt. Dan volgt u namelijk het hele verhaal en dat vind ik het leukste. U krijgt dan een paar keer in de week automatisch (om 6.50 uur) per email het nieuwe bericht toegestuurd.

Work-life balance. Ik hoop dat u als lezer van het blog inmiddels al goed weet dat het geen keuze is uit 2 categorieën: of werk of privé. Maar dat het een keuze is uit hoe je je tijd verdeelt over 10-15 categorieën. En nou zijn mijn posts iedere keer een baksteen om uw work life balance bouwwerk naar keuze te kunnen bouwen, om de juiste keuze in die 10-15 categorieën verdeling tot stand te brengen. Voor u, de mensen in uw omgeving of de mensen op uw werk.  

We hebben de mensen voor wie alles geen probleem is. Work life balance is totaal geen issue. Het is allemaal een groot feest. Dan hebben we de mensen voor wie alles een groot probleem is. De mensen met burnout, die geweldige dingen in hun leven en werk hebben gedaan maar wiens vlammetje helemaal burnout is gegaan. Geen sprankeltje energie meer over om ook maar iets te doen.  En ergens op de glijdende schaal van deze twee uitersten bevinden heel veel u-tjes, ik-jes en alle-andertjes zich.

Nu doen we aan veel mensen onrecht door of te doen dat het allemaal één groot feest is, of te doen dat het één grote doffe ellende is. En daar ben ik voor om u al schrijvenderwijs af en toe aan het denken te zetten. U helpt daarmee weer de mensen in uw omgeving, werk of privé.

Als ik met iemand in gesprek ben over work-life balance zie ik bijvoorbeeld voor me: Ik heb hier te maken met mensen die in de Pulse stand staan (http://wp.me/pIeGp-3G), zij is Vlijtig Liesje en ze hebben vaak Stront aan de knikker (http://wp.me/pIeGp-bu). Zij is inmiddels zo’n boze vrouw (die moet ik nog schrijven) dat ze de Koning onder de Koninginnen (http://wp.me/pIeGp-aB) niet meer kan zien. Het paar gaat er nog steeds vanuit dat ze een eendimensionele taak hebben (http://wp.me/pIeGp-8l). Ze zitten op de snelweg op weg naar echtscheiding en ik hoop dat ze tijdig de juiste afslag vinden.

Er zijn veel van dit soort kruisbestuivingen mogelijk. Een ander voorbeeld kan zijn: de man-vrouw met een eendimensionele taak spreekt vandaag een gehoor toe van mensen die al heel lang in de pulse stand staan en zegt dat ze er nog wel wat taken bij kunnen nemen…  

Het zijn maar voorbeelden. Meestal zie ik hele happy mensen om mij heen. Goed in hun werk, goed in privé en goed in alles wat ze doen. Het is ook allemaal alleen maar bedoeld om elkaar beter te begrijpen.

Ik draag mannen en vrouwen aan de top, onder de top, op de top of over de top een warm hart toe, vind dat mensen die tijd hebben en willen net zoveel mogen werken als ze zelf willen. En vind dat we wel een reuze stap voorwaarts moeten zetten in ons denken met zijn allen. Ik vind dat kinderen recht op tijd van hun ouders hebben en draag mensen met kinderen en zonder kinderen een even warm hart toe. 

Diversiteit wil zeggen dat er van ons allemaal denkkracht gevraagd wordt. De ander is niet meer noodzakelijkerwijs net zoals jij bent en toch willen we het met zijn allen beter gaan doen in deze tijd. Als ik daar mijn (bak)steentje aan mag bijdragen, doe ik dat graag!

Sandra Kruijt

Diversity

Ik schrijf niet over diversity. Ik BEN diversity. En nog makkelijker, als u mijn blog leest, doet u dus aan diversity. Dat kunt u dus met goed fatsoen tegen iedereen vertellen.

Wat diversity is, zullen ze u dan vragen. Ja, dat is wat lastiger om te beantwoorden. Het heeft iets te maken met veel van alles binnen uw bedrijf. Meer variatie. U eet toch ook niet iedere dag dezelfde boterham met kaas. Soms doet u daar toch wat anders op?

Dus, meer kleuren, meer vrouwen, meer leeftijden, meer .. kortom, noem maar op. Meer van alles voor nog betere resultaten. Als u nu begint met het lezen over hoe vrouwen denken, kunt u altijd nog de stap nemen om er eentje aan te stellen.

Die vrouwen moeten het dan niet weer op uw manier gaan doen, want dan is het geen diversity meer. Nee, u moet er dus gewoon openstaan dat er door die vrouw andere dingen gezegd worden. En, hoewel u ervoor open moet staan, moet uw mond van verbazing niet openstaan. Zo anders zijn we nou ook weer niet.

Ik zal u een leuk voorbeeld geven. Ik, van de vrouwenkant (en ik ben niet de enige) moet altijd even mijn best doen bij cijfers. Laatst hoorde ik ook weer van een absolute topvrouw, vakvrouw in haar werk, hoge omes, maar dan een vrouw, dat ze er bij cijfers wel eens een nulletje naast kan zitten als ze niet even goed focused op die cijfers voor ze haar antwoord geeft. Mannen schudden die cijfers altijd zo uit hun mouw en nog sterker: het is het eerste wat mannen met elkaar bespreken.

Vrouwen niet, maar laat ik voor mezelf spreken, want er zullen ongetwijfeld vrouwen zijn die met cijfers opstaan en naar bed gaan. Ik vind cijfers, nou ja, wat zal ik ervan zeggen. Ze moeten goed zijn, daar draait het om, maar als ze dan goed zijn, kunnen we ze net zo snel weer vergeten. Niets vind ik eigenlijk zo oninteressant als cijfertjes. Of, ik kan me één ander ding voor de geest halen: mensen die over cijfertjes praten.

Nou ja, zeg, zult u zeggen en een kruisje achter mijn naam zetten. Maakt me niet uit wie we aannemen in ons bedrijf, als het die maar niet is!

Maar nou heb ik als vrouw weer hele andere dingen waar mijn natuurlijk focus altijd naaruit gaat. Soms verbaas ik me erover als een man dat niet heeft, doet of denkt. Dat vind ik nou zo raar. Het komt bij mij vanzelf, is zo noodzakelijk en een man heeft het er niet eens over. Nou ja, zeg!

Dat heb ik geleerd van diversity. Diversity gaat eigenlijk om wat een ander aan jouw succes kan bijdragen. Er zijn 4 stappen in mijn ogen:

1. verbazing en veroordeling. Nou ja, zeg, die is gek!

2. over die drempel heenzetten en luisteren waarom de ander denkt of doet zoals hij/zij doet

3. kijken wat je eraan kunt hebben en wat niet

4. het goede ervan eruit halen en voor al het andere een bewuste keuze maken om het op je eigen manier te blijven doen. Die keuze ook uitleggen, misschien leert de ander er wat van.

Dat is diversity ten top. Het beste eruit halen. De rest weloverwogen op je eigen manier doen. Over en weer, iedere dag weer.

Want, kijk, ik heb natuurlijk een hoop geleerd van de cijferkant van de mannen om mij heen. Het is gewoon belangrijk om die cijfers in je hoofd te hebben en daar iedere dag mee te werken. Maar omgekeerd, hoop ik dat er sommige mannen zijn die hebben gedacht: ‘hé, daar heb ik wat aan’. Er zijn namelijk legio andere onderwerpen dan cijfers die voor mij natuurlijk komen aanwaaien en die mijn werk erg ten goede komen.

Sandra Kruijt

Groot

Mannen willen alles groot. Op jonge leeftijd pakken ze er al hun meetlat bij.

Later moet het allemaal groot en lang en meer. Grote bedrijven, veel, nog meer mensen in dienst, nog belangrijker. Zouden ze later ook de stapels personeelsdossiers opmeten? Of de getallen op de bankrekening? Zelfs als die in het rood staan, omdat ze ook nog een grote auto willen meten?

Voor mij is dat anders. Ik wil het samenhangend goed. Wilt u nu het emmertje?

Ik niet. Voor mij is het belangrijk dat ik goed werk, goed leef, goed boer, goed mens, goed moeder. Veel van goed is voor mij belangrijk.

Maar omdat ik maar een kleintje heb (mijn stapeltje personeelsdossier is verwaarloosbaar), wil dat niet zeggen dat ik maar een prutsertje ben.

Maar het duurt lang (niet in centimeters, maar in tijd) voor een man dat kan inzien.  

Sandra Kruijt

Een nieuw woord voor de Nederlandse (werk-privé balans) taal

Soms mis ik een goed woord. Een woord uit deze tijd, die in deze tijdgeest uitdrukt wat je nou eigenlijk bedoelt. Daarom wil ik dat woord maar gewoon gaan verzinnen. Ik weet niet hoe de andere woorden uit onze taal zijn verzonnen, maar ik kan mij voorstellen dat niet één iemand dat heeft zitten doen. In een brainstorm voorgezeten door de stamoudste, zal hij (of zij) ergens naar gewezen hebben en is de hele stam met mogelijke woorden en kreten gekomen. Dus, doet u mee?

We zoeken een woord om je gesteldheid aan te geven als je baaie hard hebt gewerkt. Het is heel druk geweest, jij bent heel druk geweest en je voelt je dus niet topfit om mee te gaan naar dat feestje. Eerlijk gezegd, moet je er niet aan denken dat je op dat feestje staat. Je partner gaat wel en zegt daar, op alle aardige vragen van je lieve vrienden waar je bent: “hij/zij is ziek”.

Rinkelt de volgende dag je telefoon met je hele aardige vrienden. Of je je al wat beter voelt. Ben je nog steeds ziek? Maar je was helemaal niet ziek. Je was …. Nou, dat woord zoeken we dus. 

Het is een woord dat kracht moet uitstralen. ‘Oververmoeid’ klinkt zo, niet fijn. Zo watjes-achtig. Je hebt immers heel hard gewerkt, hebt heel veel bereikt en op het werk lopen ze met je weg, want iedereen weet hoe succesvol je deze week was. Maar, eerlijk, je hebt net even de hele week op je tenen gelopen om te bereiken wat je wilde bereiken.

Voorop staat, dat je het wel bereikt hebt! Dus het woord moet ook succes uitstralen. Mensen moeten naar elkaar kunnen knikken – oe en aa en wat goed – begrijpelijk dat je dan …. bent. Het is niet niets om dat alles gedaan te hebben. En je partner moet ook nog trots op je zijn als hij/zij het over je zegt. Dus je bent het tegendeel van een oververmoeid watje dat op de bank ligt. 

Je was dus helemaal niet ziek dat je niet meeging naar dat feestje. Maar het kon er gewoon niet meer bij. Je wilde het er niet meer bij. En op een of andere manier is het nog niet geaccepteerd dat je tegen je vrienden voor hun verjaarsdagfeestje zegt: “Ik was moe” of “Ik ben er niet bij, want ik ben moe”. Als je dat zegt, kun je net zo goed een . punt achter vriendschap zetten. Je hebt het als het ware net zelf ‘uit’ gemaakt. Zo voelt het in ieder geval. Dus dan ga je nog liever min of meer ‘jokkebrokken’: ik ben ziek. Lariekoekziek ben je. Feestjesziek.

Daar zoeken we een woord voor. Als we dat gevonden hebben, kriebelen we het allemaal met pen op de juiste plaats in de Dikke Van Dale. Want, om nou dat hele woordenboek opnieuw te drukken voor dat ene woord. Nog een laatste verzoek, graag een woord waar je met scrabble een hoop punten mee kunt verdienen (voor als ik ooit weer tijd heb om een potje scrabble te spelen). 

Ik zou iets zeggen in de trant van ‘lobbig’. Klinkt wel lollig. Je bent nog net niet helemaal stijfgeslagen (zoals lobbige slagroom nog net geen stijfgeslagen room is), of te hard geklopte room (boter) of erger: zure room. Je voelt je gewoon ‘lobbig’.

Het is ook niet zomaar iedereen die ‘lobbig’ kan zijn.  Daarvoor moet je wel wat in je mars hebben en wat hebben neergezet de laatste tijd. Succesvol, daadkrachtig geweest, veel bereikt, maar nu even niet.

“Ja”, zeg je dan trots, “ik heb zoveel gedaan en bereikt en er is zoveel gebeurd dat ik even ‘lobbig’ ben”. Het is even mijn beurt. Daarom ga ik niet mee naar dat feestje. En misschien vraag ik mijn partner wel voordat hij/zij naar dat feestje gaat om mij in te bakeren, net als ze met baby’s doen als die helemaal geklutst zijn van alle prikkels.

Dan zeg je: “Ik wens jou een leuk feestje. Leg mij ff ingebakerd in het donker”. See me (!) als ik weer wakker wordt. Dan spring ik door het huis. Een en al vrolijkheid en meligheid. Het tegengestelde van lobbig. 

Het is maar een voorstel. Hebt u een mooi woord?

mailto: sandra.kruijt@priorities.nl of twitter: @sandrakruijt of plaats het als reactie op deze weblog.

Work hard. Live balance.

Sandra Kruijt

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 642 other followers