de Sandra Blog

on work life balance

Archief voor diversiteit

Marokkaanse bruiloft

Tjonge, 1001 prinsessen zomaar weggelopen uit Sprookjes uit 1001 nacht. Ik wist niet wat ik zag. Mijn prachtige jurkje waar ik thuis voor de spiegel blij mee was geweest en dat al menig ‘westers’  feest had doorstaan, verbleekte.

Heel soms heb je het nog, dat je ergens binnenstapt en dat je even overdonderd bent. ‘Wow’ en dan sta je stil en knippert met je ogen. Ik had het op die drempel, net voorbij de deur. Het was alsof ik in een ander land terecht was gekomen. Sprookjesland.

Ik woon gewoon in het verkeerde land. Nu wist ik het weer zeker. Daar op die Marokkaanse bruiloft kreeg ik weer dat gevoel : Sandra Kruijt gaat verhuizen. Ik pak mijn bezittingen op, pak mijn koffertje en stap op het vliegtuig naar het land waar vrouwen dit soort prachtige gewaden, kleuren, bijpassende juwelen in hun haar, dragen en met zijn allen een feest maken tot in vroege of late uurtjes waar vroege en late vogels nog een puntje aan kunnen zuigen. Zonder mijn kids ga ik natuurlijk niet. Daar moet ik nog iets op verzinnen. De andere vrouwen in mijn familie zullen wel volgen als ik ze vertel van al dat vrouwelijk pracht en praal. Hopelijk zijn de mannen met dit vooruitzicht ook te lijmen. Dan stappen we met zijn allen op dat vliegtuig en vliegen naar het land van de sprookjes uit 1001 nacht. Daar gaan wij wonen.

Het was een ongelofelijk trouwfeest. Net als u heb ik er nogal wat meegemaakt, in allerlei soorten en maten, maar deze was bijzonder. Een hele zaal vol prachtige gedekte tafels, een podium vol met pracht en praal, een enorme troon voor het bruidspaar, in goud en zilver, en een gouden draagkoetsje waar de bruid later op de avond in rondgedragen werd door vier sterke mannen (de enige mannen naast de bruidegom die de zaal in kwamen die avond).

Vier types vrouwen vierden feest. De jonkies, de meisjes die de mooie vrouwen nadeden bij het dansen. Mijn dochter was er zo een en ik was ontzettend trots op haar. Dan de mooie prinsessen, zomaar weggevlogen uit de sprookjes van 1001 nacht. In gewaden in allerlei kleuren. Jurken, overjurken, kaftans, djelleba’s, versierde ceintuurs, sieraden, bestikte broeken, fladderende mouwen, opgestoken haren met glittertjes erin. Bijna te mooi om waar te zijn.

Met mijn dochtertje deed ik de mooiste jurk verkiezing van de avond. Onze conclusie was, zoals we die wel vaker formuleren: ik WIL niet zo’n jurk, ik MOET zo’n jurk. En die ook en die ook en die ook.

Oh ja, de categorieën vrouwen. Ik laat me weer door die prachtige jurken afleiden.

Dan hadden we de westerse variant van deze prinsessen. Mooie, zelfbewuste, Marokkaanse vrouwen die in hun aller charmantste westerse kleding en hakken stonden te dansen. Ook leuk om die te zien.

Dan de oudere vrouwen. Vrouwen op leeftijd kunnen heel mooi zijn. De mooie oudere vrouw is prachtig om naar te kijken. Helemaal samen met de feestvierende prinsessen. De oudere vrouwen hebben hun pracht aan de volgende generatie doorgegeven en kijken daar trots en blij naar. Die vrouwen zijn het mooist om naar te kijken. Je kijkt naar levenswijsheid in persoon.

Het mooie is dat je bij een eerste keer, dit keer de Marokkaanse bruiloft, niet weet welke mores je allemaal overtreedt. Dat heb je zo bij de eerste keer. Dan doe je maar wat. Ga je per ongeluk aan de hoofdtafel zitten, sta je per ongeluk tussen de belangrijkste familieleden op de foto, sta je aan de verkeerde kant als de bruid binnenkomt? Je hebt het zelf niet door dus geen feest dat zich laat bederven.

Oh ja, we hadden nog een vijfde categorie: degenen die het feest regelen. De vrouwelijke d.j., de vrouwelijke filmer / fotograaf. Dit hele feest was door vrouwen geregeld. Ik heb geen man aan de knoppen of kabels of tafels zien zitten. Geen man om mee te dansen en toch heb ik gedanst tot ik neerviel. En dan die Marokkaanse ceremoniemeester, vrouw, almachtig. Het liefste zou ik haar een keer interviewen en er pas daarna over schrijven. Al die vaste protocollen. Misschien kun je er zelfs een boek over schrijven.

En … dan hebben we het bruidspaar en de prachtige bruid en alles wat er gebeurt als zij binnen komen. Kijk, het bruidspaar, ze kwamen 4 keer binnen, in volledig ander ornaat iedere keer. Maar daar moet ik nog de goede woorden voor vinden om dat te kunnen beschrijven.

Sandra Kruijt

schilderij: “Blooming Feet” –  Angélique Neutel schilderij acryl op linnen 80 x 120 cm

Work life vocabulaire

In vogelvlucht zet ik wat begrippen voor u op een rij. Allereerst dank voor de hartverwarmende reacties die ik kreeg n.a.v. mijn vorige post.

Work life balance is ‘uit’. Work life integration is ‘in’. Bij het Lof inspiratie event van vorige week kwam dit ter sprake. Het was een mooie bijeenkomst georganiseerd door Lof, Qidos bij ING in Amsterdam over het Nieuwe Werken. Het lied dat was gemaakt ‘Lof voor het nieuwe werken’ heeft de hele week nog in mijn hoofd gezeten. Pakkend en leuk lied, geweldige bijeenkomst met de Loflist 100 beste werkgevers voor Werkende Ouders 2010. Terug te vinden op de site van Lof.

Ik vind work life integration een mooie term, maar hou het voorlopig toch op work life balance. Dit soort termen hebben meestal een houdbaarheid van ongeveer twee jaar. Dus ik ben nu al benieuwd wat het over twee jaar gaat worden. Ik hou het bij De Sandra Blog – on work life balance en de Balanstool Priorities.nu – de berekening van de balans in het werk en de balans tussen werk en privé. Die naam kan ik niet veranderen in Integrationtool of zo. Bovendien sluit de term work life balance aan bij het internationale vakgebied en heb ik geleerd dat ook termen modegevoelig zijn. In of uit de mode verandert voor mij niets aan waar het echt om draait.

Work life balance / integration kun je zien als onderdeel van Het Nieuwe Werken, Duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en diversity, working parents programme. Of zoals Ernst & Young (www.fit4thejob.nl) samen met Lifeguard (www.lifeguard.nl) heeft gedaan: onderdeel van ‘Everyday olympics’. Topmanager – topsporter – topprestaties. Het is maar net welk accent je binnen je bedrijf wilt aanbrengen, aan welke kapstok je work life balance of integration gaat ophangen. Focus is daarin belangrijk, anders verlies je jezelf in het wollige bos van termen waar niets echt handen en voeten krijgt.

Het kan ook zijn dat je work life balance of integration als een uitvloeisel behandelt. Als iemand meer sport, gaat zijn work life balance vooruit. Zo zeggen 68% van de mensen van Ernst & Young dat het fit4thejob programma betekende dat ze een betere work life balance kregen. Ik denk dat het komt omdat iemand zich gelukkiger voelt. Lezenswaardig in dat verband is het boek ‘Mentaal vermogen, investeren in geluk’ van Jan Auke Walburg – directeur van het Trimbos Instituut.

Naar mijn mening is work life balance een bewuste keuze en geen resultante. Het is niet zo dat als je Het nieuwe werken introduceert, erbij veel gaat sporten je work life balance daarmee geregeld is. Het gaat erom dat je uit alle factoren die jouw work life balance bepalen een bewuste keuze maakt.

Soms waaiert dat uit. Gaat het niet meer alleen om jouw keuzes, maar ook om de keuzes die de mensen om je heen maken. Als je zieke moeder bepaalt dat zij niet naar een verzorgingshuis wil, heb jij met jouw work life balance het nakijken. Tenzij jij weer een bewuste keuze daarin maakt om, desondanks, te kiezen voor balans en dat ook concreet vorm te geven. www.mantelzorgmakelaar.nl inschakelen bijvoorbeeld. Dan heb jij het probleem waar je mogelijk tegenaan loopt opgelost.

En, soms heb je je eigen balans gewoon niet in de hand. Dat zijn de life events die het leven het leven maken.

Ik vind de positieve insteek van veel programma’s erg inspirerend. In de praktijk kom ik echter ook veel stress tegen. Werkstress, privéstress en combinatiestress. De uitdaging is om dat om te buigen in bewuste work life balance keuzes. Hier zijn veel mogelijkheden voor.

Gisteren organiseerde de Nive (Nederlandse Vereniging voor Managers – www.nive.org) een work life balance bijeenkomst waar Ernst & Young het bovengenoemde wwwfit4thejob.nl programma uiteen zette en waar Pieter de Vries inzoomde op talent. Minder stress door het benoemen en inzetten van je echte talent. Hij schreef het boek Code 959 – bereik succes en geluk en deel het met anderen.

Ik benader geluk en succes weer anders en los stress weer op een andere manier op. Door achtergrond informatie erover, een kwinkslag waar toepasselijk, erkenning voor het geval het even tegen zit en het onderzoeken van je keuzemogelijkheden op work life balance gebied met De Balanstool Priorities.nu. Taken afstoten, verdelen, berekenen.

Ik geloof nog steeds dat het bereiken van work life balance mogelijk is. Soms moet er dan eerst wat afvallen en dat is niet altijd de boodschap waar we op zitten te wachten in een beter, sneller, meer cultuur.

Voor mijzelf heb ik ook een work life balance keuze gemaakt. Ik laat mijzelf zien als vrouw, als ondernemer, als iemand waar het onderwerp diversity om gaat. Ik geloof namelijk dat ik door dat te doen echt een bijdrage aan de discussie kan leveren. Je kunt namelijk niet praten over work life balance of integration als je alleen maar het succes in je werk bespreekt. Dat is de helft van de helft van waar het echt om draait.

Sandra Kruijt

Indische dametjes

Van de Heren van de thee naar de Indische dametjes. Vandaag realiseerde ik mij ineens de stand van de emancipatie van de vrouw, toen ik terugdacht aan mijn Indische oma en haar zussen.  

Laatst was ik op een Marokkaanse bruiloft en wat me, in gesprek met jonge Marokkaanse mensen altijd opvalt, is dat zij spreken over ‘de Nederlanders’. Nou weten zij niet dat ik zelf een generatie eerder ben opgegroeid in een huis waar ook werd gesproken over ‘de Nederlanders’ en ‘wij, Indische mensen’. Indische mensen waren namelijk ver voor de Marokkanen in Nederland.

Kort na de oorlog kwam mijn moeder hierheen met haar familie en zij vertelde van de kille ontvangst en de pudding met klonten erin die ze van haar Nederlandse familie kreeg. Voor mij is het altijd een vreemde gewaarwording als ik, in gesprek met een Marokkaans iemand, als ‘Nederlander’ wordt gestempeld. Dan moet ik altijd aan het verhaal van de pudding met klonten van mijn Indische moeder denken.

En zo dacht ik ineens terug aan de stand van de emancipatie in Nederland aan de hand van mijn Indische oma en oudtantes. Dat waren dametjes. Ik kan ze alleen maar als beeld voor me zien. Kaarsrecht op, fier, hoge hakken, bijpassende handtas, opgestoken haar met een speld erin. ’s Avonds werd er Wellaform in het haar gemasseerd en overdag werden de nagels zorgvuldig gemanicuurd. Met een handdoekje op tafel, vijlen, bijknippen, nagelriemen insmeren, lakken. Alles waar de Nederlandse vrouw nu voor naar een nailsalon gaat, deden zij onder gezellig geklets en gelach aan de tafel in huis.

Het lachen is, denk ik niet op papier te vatten. Beschaafd, hahahahahoe, vrolijke hilariteit, maar nooit overdreven. Mijn oma zou verstoord opkijken als ze mij zou horen lachen. Veel te hard, niet zoals een dame betaamd, zo zou zij naar mij kijken. Een blik zou voldoende zijn en ik zou het al snappen. Ik zou mijn lach inslikken of in ieder geval, als die niet meer in de slikken zou zijn, beschaafde roze blosjes krijgen en even naar de grond kijken of er al een gaatje was waar ik weg kon zakken. Alles beschaafd, klein, niet overdreven, keurig.

De stand van de Nederlandse emancipatie van de Nederlandse vrouw staat er in mijn ogen dus zo voor. We zijn allemaal wat mannelijker geworden. We hebben soms wat minder tijd voor de vrouwelijkheid. Dat manicuren sla ik tegenwoordig over. Ik oefen niet meer in patience, wat zij wel hele middagen deden, ik zit nooit (meer) aan tafel onder het manicuren en het patience spelen de hele middag te kletsen met mijn zus of vriendinnen.  

Ze waren ‘classy’, hadden veel stijl. En ik hoop dat deze vrouwelijkheid niet verloren gaat onder alle mannelijke andere eigenschappen die we tegenwoordig nodig hebben om mee te mogen doen.  Maar goed, je kunt niet alles hebben. En mee mogen doen en op jouw voorwaarden, is het ook niet helemaal. Daar zou mijn Indische oma mij ook weer streng voor aankijken.

Sandra Kruijt

Fraaie typetjes

Ik wil graag alle lezers van De Sandra Blog bedanken. Het is inspirerend dat u leest wat ik schrijf. Dank ook voor uw reacties via het blog, via de email, via twitter of een persoonlijk woord. Laatst kreeg ik een boek van iemand te leen dat ik moest lezen en laatst kreeg ik een kabouterkaartje met daarop:  ik heb de kinderen van je kabouter (http://wp.me/pIeGp-c5) gezien. Het kaartje staat op mijn bureau. Al deze reacties houden mijn schrijverspen gaan.

Nou heb ik een paar fraaie typetjes voor u geschetst. In de pen zitten nog meer typetjes, allemaal bakstenen waar je een gebouw mee kunt bouwen. Ik zal het uitleggen. Er zijn mensen die lezen een keer een post op mijn blog en gaan verder met wat ze doen. Prima.

Maar, ik kan er niets aan doen, ik heb een strategisch plan met mijn blog :-) (zie topvrouw verkiezing van het jaar om te leren dat ik dat eigenlijk helemaal niet mag zeggen). Dus: I have a (work life balance) dream. Ik zou het om die reden leuk vinden als u een abonnement op mijn blog neemt als u dat nog niet hebt. Dan volgt u namelijk het hele verhaal en dat vind ik het leukste. U krijgt dan een paar keer in de week automatisch (om 6.50 uur) per email het nieuwe bericht toegestuurd.

Work-life balance. Ik hoop dat u als lezer van het blog inmiddels al goed weet dat het geen keuze is uit 2 categorieën: of werk of privé. Maar dat het een keuze is uit hoe je je tijd verdeelt over 10-15 categorieën. En nou zijn mijn posts iedere keer een baksteen om uw work life balance bouwwerk naar keuze te kunnen bouwen, om de juiste keuze in die 10-15 categorieën verdeling tot stand te brengen. Voor u, de mensen in uw omgeving of de mensen op uw werk.  

We hebben de mensen voor wie alles geen probleem is. Work life balance is totaal geen issue. Het is allemaal een groot feest. Dan hebben we de mensen voor wie alles een groot probleem is. De mensen met burnout, die geweldige dingen in hun leven en werk hebben gedaan maar wiens vlammetje helemaal burnout is gegaan. Geen sprankeltje energie meer over om ook maar iets te doen.  En ergens op de glijdende schaal van deze twee uitersten bevinden heel veel u-tjes, ik-jes en alle-andertjes zich.

Nu doen we aan veel mensen onrecht door of te doen dat het allemaal één groot feest is, of te doen dat het één grote doffe ellende is. En daar ben ik voor om u al schrijvenderwijs af en toe aan het denken te zetten. U helpt daarmee weer de mensen in uw omgeving, werk of privé.

Als ik met iemand in gesprek ben over work-life balance zie ik bijvoorbeeld voor me: Ik heb hier te maken met mensen die in de Pulse stand staan (http://wp.me/pIeGp-3G), zij is Vlijtig Liesje en ze hebben vaak Stront aan de knikker (http://wp.me/pIeGp-bu). Zij is inmiddels zo’n boze vrouw (die moet ik nog schrijven) dat ze de Koning onder de Koninginnen (http://wp.me/pIeGp-aB) niet meer kan zien. Het paar gaat er nog steeds vanuit dat ze een eendimensionele taak hebben (http://wp.me/pIeGp-8l). Ze zitten op de snelweg op weg naar echtscheiding en ik hoop dat ze tijdig de juiste afslag vinden.

Er zijn veel van dit soort kruisbestuivingen mogelijk. Een ander voorbeeld kan zijn: de man-vrouw met een eendimensionele taak spreekt vandaag een gehoor toe van mensen die al heel lang in de pulse stand staan en zegt dat ze er nog wel wat taken bij kunnen nemen…  

Het zijn maar voorbeelden. Meestal zie ik hele happy mensen om mij heen. Goed in hun werk, goed in privé en goed in alles wat ze doen. Het is ook allemaal alleen maar bedoeld om elkaar beter te begrijpen.

Ik draag mannen en vrouwen aan de top, onder de top, op de top of over de top een warm hart toe, vind dat mensen die tijd hebben en willen net zoveel mogen werken als ze zelf willen. En vind dat we wel een reuze stap voorwaarts moeten zetten in ons denken met zijn allen. Ik vind dat kinderen recht op tijd van hun ouders hebben en draag mensen met kinderen en zonder kinderen een even warm hart toe. 

Diversiteit wil zeggen dat er van ons allemaal denkkracht gevraagd wordt. De ander is niet meer noodzakelijkerwijs net zoals jij bent en toch willen we het met zijn allen beter gaan doen in deze tijd. Als ik daar mijn (bak)steentje aan mag bijdragen, doe ik dat graag!

Sandra Kruijt

Diversity

Ik schrijf niet over diversity. Ik BEN diversity. En nog makkelijker, als u mijn blog leest, doet u dus aan diversity. Dat kunt u dus met goed fatsoen tegen iedereen vertellen.

Wat diversity is, zullen ze u dan vragen. Ja, dat is wat lastiger om te beantwoorden. Het heeft iets te maken met veel van alles binnen uw bedrijf. Meer variatie. U eet toch ook niet iedere dag dezelfde boterham met kaas. Soms doet u daar toch wat anders op?

Dus, meer kleuren, meer vrouwen, meer leeftijden, meer .. kortom, noem maar op. Meer van alles voor nog betere resultaten. Als u nu begint met het lezen over hoe vrouwen denken, kunt u altijd nog de stap nemen om er eentje aan te stellen.

Die vrouwen moeten het dan niet weer op uw manier gaan doen, want dan is het geen diversity meer. Nee, u moet er dus gewoon openstaan dat er door die vrouw andere dingen gezegd worden. En, hoewel u ervoor open moet staan, moet uw mond van verbazing niet openstaan. Zo anders zijn we nou ook weer niet.

Ik zal u een leuk voorbeeld geven. Ik, van de vrouwenkant (en ik ben niet de enige) moet altijd even mijn best doen bij cijfers. Laatst hoorde ik ook weer van een absolute topvrouw, vakvrouw in haar werk, hoge omes, maar dan een vrouw, dat ze er bij cijfers wel eens een nulletje naast kan zitten als ze niet even goed focused op die cijfers voor ze haar antwoord geeft. Mannen schudden die cijfers altijd zo uit hun mouw en nog sterker: het is het eerste wat mannen met elkaar bespreken.

Vrouwen niet, maar laat ik voor mezelf spreken, want er zullen ongetwijfeld vrouwen zijn die met cijfers opstaan en naar bed gaan. Ik vind cijfers, nou ja, wat zal ik ervan zeggen. Ze moeten goed zijn, daar draait het om, maar als ze dan goed zijn, kunnen we ze net zo snel weer vergeten. Niets vind ik eigenlijk zo oninteressant als cijfertjes. Of, ik kan me één ander ding voor de geest halen: mensen die over cijfertjes praten.

Nou ja, zeg, zult u zeggen en een kruisje achter mijn naam zetten. Maakt me niet uit wie we aannemen in ons bedrijf, als het die maar niet is!

Maar nou heb ik als vrouw weer hele andere dingen waar mijn natuurlijk focus altijd naaruit gaat. Soms verbaas ik me erover als een man dat niet heeft, doet of denkt. Dat vind ik nou zo raar. Het komt bij mij vanzelf, is zo noodzakelijk en een man heeft het er niet eens over. Nou ja, zeg!

Dat heb ik geleerd van diversity. Diversity gaat eigenlijk om wat een ander aan jouw succes kan bijdragen. Er zijn 4 stappen in mijn ogen:

1. verbazing en veroordeling. Nou ja, zeg, die is gek!

2. over die drempel heenzetten en luisteren waarom de ander denkt of doet zoals hij/zij doet

3. kijken wat je eraan kunt hebben en wat niet

4. het goede ervan eruit halen en voor al het andere een bewuste keuze maken om het op je eigen manier te blijven doen. Die keuze ook uitleggen, misschien leert de ander er wat van.

Dat is diversity ten top. Het beste eruit halen. De rest weloverwogen op je eigen manier doen. Over en weer, iedere dag weer.

Want, kijk, ik heb natuurlijk een hoop geleerd van de cijferkant van de mannen om mij heen. Het is gewoon belangrijk om die cijfers in je hoofd te hebben en daar iedere dag mee te werken. Maar omgekeerd, hoop ik dat er sommige mannen zijn die hebben gedacht: ‘hé, daar heb ik wat aan’. Er zijn namelijk legio andere onderwerpen dan cijfers die voor mij natuurlijk komen aanwaaien en die mijn werk erg ten goede komen.

Sandra Kruijt

Boerka bananasplit

Ik snap ook niet waarom, maar toch denk ik na over de boerka. Niet dat ik het echt bewust wil, maar het schiet gewoon in mijn pet.

‘Hoe zou ik mij voelen met mijn boerka aan’, daar kan ik dan zo over mijmeren. Ik mag toch wel aannemen dat het mijn boerka is. Vroeger in de advocatuur deelden we 1 toga tussen 2 advocaten.  Misschien gaat dat ook zo bij de boerka. “Buurvrouw, ik ga boodschapen doen, kan ik de Boerka aan?”. Best handig, een portiekboerka of een buurtboerka. 

En laatst hoorde ik dat, wat ik een boerka noem, helemaal geen boerka is. Maar een nikaab. Een ‘nikaab’ klinkt mooi. Een exotisch mooi woord. Daar wil ik best in lopen. Maar ja, hoe dom kun je zijn om dat te zeggen? Sorry hoor, ik vind het gewoon een mooi woord.

Trouwens, ik denk dat het nikaab en boerka gebeuren net zoiets is als ons Indische stokje sate. Alle gewone mensen die niet beter kunnen weten zeggen ‘sateeee’. Terwijl de echte diehards, ermee geboren en getogen Indonesische mensen ‘SAHteh’ zeggen. Gewoon om even je roots en je tanden te laten zien.  Je zal zien, langzaam verwatert de echte nikaab naar een – over een kam geschoren – boerka. Ik ben voor, want boerka babes vind ik leuk klinken en van dat boekje rolde ik bijna van de bank van het lachen.

Nou goed, over die boerka heb ik dus verschillende gedachten. Ik denk dat de boerka het slechtste in mij naar boven zou halen. Zoiets van hoe je vroeger achterin de klas ging zitten. Die plek deed iets met je. Je ging gewoon klieren of je nou wou of niet. Je kon er niets aan doen. Het lag aan de plek.

Zo’n soort uitwerking zou, denk ik, de boerka op mij hebben. De ene dag zou ik overal waar ook maar onopvallend plek is onder de zwarte stof, een enorme batterij aan rammelende potten en pannen binden, klok en klepels en alles wat verder lawaai maakt.

Al rinkelend en kinkelend zou ik over straat gaan lopen. Met mijn gezicht keurig in de plooi. Als mijn gezicht niet bedekt zou zijn door de boerka of de nikaab, zou het onbedekte gezicht in de stand staan van zo’n schijnheilige bakkes “huh, ik doe niets”.

Ik zou ongelofelijk veel moeite hebben om mijn lachen in te houden, maar ik zou echt mijn uiterste best doen. Al die voorbijgangers verwachten natuurlijk zo’n onopvallend keurige boerka mevrouw. Ze hebben geen idee wat ze overkomt. Waar komt in hemelsnaam dat lawaai vandaan?! Nou, dan zou ik bijna bezwijken van het lachen.

De andere dag zou ik juist niets aan doen onder mijn boerka. Onopvallend bij de bushalte gaan staan en, nog steeds onopvallend, mijn zoom van mijn boerka controleren. Kijken of het naaiwerk aan de onderkant nog wel steek houdt. Zeer onopvallend zou ik heel toevallig de boerkastof tot ver boven mijn knie en hoger controleren op loszittende steekjes. “Huh, ik doe toch niets?”, als net genoeg maar ook weer niet teveel mensen het gezien zouden hebben.

Niet dat ik ooit het verlangen heb (gehad) mijn gestikte naadje op straat te laten zien. Maar die boerka haalt gewoon dat deel van mij naar boven.

Geestdodend voor vrouw, de boerka? Juist heel inspirerend!

Sandra Kruijt

Stamboom

Soms snap ik het ook wel, hoor. Ik wil ook niet aan de boardroom tafel zitten met zo’n meisje met van die staartjes aan weerszijden van haar hoofd, boven ieder oor een, die daar gaat zitten spelen met haar ingepakte tamponnetjes en lippenstiftjes.

Maar omgekeerd wil ik nou ook weer niet aan diezelfde boardroom tafel zitten met zo’n jongetje dat de hele tijd met zijn p*** zit te spelen. Piep of peep, hoe moet ik dat nou op een nette manier opschrijven? Vroeger babysitte ik op een jongetje dat de hele avond bij het tv kijken zijn stamboom zat vast te houden.  Ik moet er niet aan denken dat datzelfde jongetje nou aan die boardroom tafel zit. En maar spelen en maar vasthouden of achterna rennen die stamboom en ik maar niet weten waar ik moet kijken.

Dus ik heb het al bedacht welke vraag ik ga stellen, als ik ooit een mannelijke bobo ga werven. Mijn gezicht, daar hoef ik misschien niet al te lang op te oefenen. Gewoon de vraag stellen, zonder blikken of blozen, niet knipperen, maar recht aankijken en blijven aankijken. Die vraag, ik weet hem al. Moest er wel even over nadenken, spreekt voor zich, want hij staat niet in de sollicitatieboekjes voor dummies of gevorderden.

Ik moet er een beetje hetzelfde bij kijken als die man die mijn (vrouwelijk) jaarclubgenootje voor een bobopositie de vraag stelde: of zij dacht dat zij de baan met haar werk-privé kon combineren? Diezelfde man is natuurlijk breeduit over de tafel gegaan bij het volgende jaarclubeten, laatste vrijdag van iedere maand.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet zo’n verkeerde vraag vond. Maar dat kan een stukje work life balance beroepsdeformatie zijn waar ik aan lijd. Ik vind het inderdaad belangrijk dat die vraag gesteld wordt. Aan overspannen mooie poppetjes en poupettes thuis hebben we niets. Aan huishoudens en kindertjes die in de soep draaien omdat pa en moe het zo druk hebben, ook niet. Dus ik vind het niet zo’n rare vraag, maar de rest van mijn bobojaarclub was unaniem van oordeel dat dit wel het geval was, omdat die vraag natuurlijk nooit aan een MAN gesteld werd. Mee eens, weg mijn beroepsdeformatie. Domme vraag.

Daarna konden we de tijd nemen om de ‘domme dingen spreuk’ over deze mijnheer uit te spreken en vervolgens sluit je het kort, want ja, er valt natuurlijk ook meer te bespreken dan dat. Dan wensen wij de goede man veel gezondheid, succes en geluk – vooral blijven doen wat je doet -, maar we hopen wel dat hij de dag nadat wij de domme dingen spreuk hebben uitgesproken, herboren zal opstaan. Fris als een hoentje of een haantje, hoe heet dat ook al weer, maar met een nieuw stel hersens. Die andere waren namelijk domme dingen.

Sandra Kruijt

Old boys network ruil

Ik zat zomaar te denken. Je hebt puberruil. Je hebt huisvrouwenruil. Jij mijn vrouw een maand, ik de jouwe. Dus de old boys ruil leek me eigenlijk ook wel leuk. Ruilen we een old boy en een moderne man en kijken we wat er die maand gebeurt.

Doe mij maar zo’n old boy en ik leer hem in een maand de fijne kneepjes van het vak. Niet te old natuurlijk,  want tja, een hele maand … dan wil het oog ook wat. Oh ja, en als ik nog meer wensen mag indienen: zeker niet zo eentje die in de zomer een korte broek, sokken en brokes draagt. Want dan schaam ik me dood.

De enige bedenking die ik zou hebben is dat mijn wederhelft natuurlijk ook part of deze deal is. En .. grote kans dat degene die mijn moderne man in huis krijgt, hem niet meer wil teruggeven.

Slecht idee dus, zo’n old boys network ruil. Laat maar zitten.

Sandra Kruijt

Muze – mooze / vrouw – man woordenboek

En dan weet je zomaar niet hoe je 2010 moet beginnen. Er ligt veel schrijftwijfel ten grondslag aan de eerste dagen van het nieuwe jaar (en eerlijk gezegd ook aan de laatste van het vorige jaar).
Het is een kwestie van wachten tot de muze weer over je hoofd vliegt, die ik met de decemberdrukte en al mijn eeuwige plannen waarschijnlijk zelf heb weggejaagd.

Ik stel mij ‘wegjagen’ altijd voor met een hooivork, net zoals boeren in mijn voorstelling dat doen, met een ongenode gast op hun land. Ik had er geen hooivork voor nodig. Alleen maar mijn to-do lijstje in december opschrijven was al genoeg om mijn muze weg te jagen.

De oude Grieken geloofden in muzen en Apollo had er zelfs negen. Was er een muze dan kwam alles goed. Was de muze even weg, dan kwam er gewoon niets.

We leerden een kunstenaarsechtpaar kennen. Zij heeft rood haar. Hij is de kunstschilder en al zijn schilderijen gaan over een mooie mevrouw met rood haar. Hij heeft dus een muze en zij is dat, lijkt me zo.

De oude Grieken gingen er kennelijk nog niet vanuit dat vrouwen ook iets konden produceren en dus ook iets van een muze nodig hadden.
Maar ja, welke vent wil nou mijn muze zijn?
Daar hebben we weer zo’n man-vrouw issue.
Voor een vrouw is het een hele eer om de muze van iemand te zijn.
Voor een man is het woord alleen al, denk ik, ronduit een belediging.

Daar moet wat op gevonden worden, een ander woord, kortom, voor in ons man-vrouw woordenboek.
Een ‘mooze’, lijkt me wel een goed woord.

Mijn ‘mooze’ riep gisteren heel hard ‘boe’, omdat ik al zo lang mijn weblog niet had bijgewerkt.
Zo werkt het met moozes. Een muze daarentegen ontkleedt lieftallig de helft van haar bovenlichaam en kijkt verleidelijk tot je dat ene stukje weer geschreven hebt.
Nou, het gaat om het eindresultaat zullen we maar zeggen en dit stukje hebt u aan mijn mooze te danken.

Sandra Kruijt

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 642 other followers